Tuinideeën & Tips

Trips behoren tot de meest hardnekkige plagen waar je als teler mee te maken krijgt. Die minuscule beestjes zie je vaak pas als de schade al flink is. En dan heb je een probleem, want ze vermenigvuldigen zich razendsnel en zijn bepaald niet makkelijk te bestrijden. Voor professionele telers is het daarom zaak om trips tijdig op te sporen en met een goede strategie aan te pakken.

Waarom trips zo lastig te bestrijden zijn
Trips zijn overleveraars. Onder gunstige omstandigheden, denk aan temperaturen boven de 20 graden, voltooit een generatie zich binnen twee weken. Reken maar uit: dat loopt snel uit de hand. Hun kleine formaat werkt ook tegen je. Je ziet ze niet zitten, terwijl ze zich ondertussen tegoed doen aan je gewas. Ze verstoppen zich graag in bloemen en jonge scheuten, precies de plekken waar je ze lastig bereikt met bestrijdingsmiddelen. Daar komt bij dat trips snel wennen aan chemische middelen. Gebruik je te vaak hetzelfde spul, dan bouw je resistentie op. Dan kun je over een tijdje spuiten wat je wilt, maar het werkt gewoon niet meer. Daar word je niet blij van. De echte ellende zit hem in de virussen die trips meesleuren. Het tomaat brons vlekkenvirus bijvoorbeeld, dat kun je echt niet gebruiken in je teelt. Eenmaal binnen, krijg je dat niet meer weg. Dus vroeg ingrijpen is echt geen luxe.

Trips herkennen in je gewas
Regelmatig controleren is het halve werk. Let op zilverachtige vlekjes op het blad, vooral op jonge scheuten. Zie je daar verkleuring bij? Check dan meteen verder. Die kleine zwarte spikkeltjes, dat is tripspoep. Klinkt vies, maar het is een duidelijk signaal. Hang blauwe vangplaten op. Die trekken trips aan en geven je een goed beeld van de populatie. Trek je wekelijks meer dan tien trips per val, dan moet je aan de bak. In warme periodes check je het liefst vaker, trips houden van warmte en gaan dan harder groeien. Bij paprika en komkommer zit de eerste schade vaak in de bloemen. Bij rozen en chrysanten kruipen ze in de knoppen. Elke teelt heeft zo zijn eigen zwakke plekken. Leer die kennen, dan ben je ze voor.

Geïntegreerde aanpak: een stappenplan
De beste resultaten haal je met een combinatie van maatregelen. Niet alleen maar spuiten, niet alleen maar biologisch, maar slim combineren.

Preventie is de basis. Houd de omgeving van je kas schoon. Onkruid langs de randen? Daar zitten trips in. Nieuw plantmateriaal controleer je altijd eerst, voordat het de kas in gaat. Een gezond, goed gevoerd gewas is weerbaarder. Dat scheelt echt in de druk die je later krijgt. Zet insectengaas voor je ventilatieopeningen. Kost wat, maar je houdt er wel de boel buiten. En dat bespaart je later een hoop gedoe.

Biologische bestrijding werkt uitstekend, mits je het goed aanpakt. Roofmijten zoals Amblyseius swirskii vreten tripsen en hun larven. Roofwantsen (Orius) zijn ook effectief. Het trucje is om ze preventief in te zetten, voordat de tripspopulatie explodeert. Heb je eenmaal een zware aantasting, dan komen natuurlijke vijanden er niet meer tegenop. Nematoden zijn interessant voor de popstadia in de grond. Die schakel wordt vaak vergeten bij bestrijding. Trips verpopt in de bodem, dus daar moet je ze ook raken. Steinernema feltiae doe je via het irrigatiesysteem, makkelijk toe te passen.

Chemische middelen blijven soms nodig. Bij een zware aantasting kom je er niet onderuit. Maar wissel je werkzame stoffen af. Gebruik niet drie keer achter elkaar hetzelfde middel. Spinosad werkt goed, abamectine ook. Maar let op: sommige middelen slaan ook je biologische bestrijders dood. Dan

schiet je jezelf in de voet. Raadpleeg een specialist voor de juiste dosering en het juiste moment. Timing maakt het verschil tussen effectieve bestrijding en geldverspilling.

Aanpak per teelt
In tomaat en paprika draait het om vroege detectie. Blauwe vallen controleer je standaard, roofmijten zet je preventief in. Bij sierteelt ligt de lat hoger, daar moet het product er perfect uitzien. Een enkel zuigplekje en de partij is afgekeurd. Daar combineer je biologische vijanden met gerichte, kortstondige chemische behandelingen. Voor buitenteelten geldt een andere tactiek. Maak gebruik van natuurlijke predatoren die vanzelf komen opdagen. Leg bloemstroken aan rond je perceel. Die trekken allerlei nuttige insecten aan die trips eten. Biodiversiteit werkt voor je, in plaats van tegen je.

Monitoring en lange termijn
Trips bestrijden doe je niet met een eenmalige actie. Het is doorlopend werk. Wekelijks monitoren, bijsturen waar nodig, en vooral: leren van wat werkt in jouw situatie. Elke kas is anders, elk gewas reageert anders. Bouw kennis op. Noteer wat je doet en wat het resultaat is. Welke roofmijt werkte goed, welke minder? Bij welke temperatuur krijg je problemen? Die informatie is goud waard voor volgend seizoen. Bij twijfel schakel je een specialist in. Kost wat, maar een verkeerde keuze kost je veel meer. Denk aan uitval, lagere kwaliteit, extra behandelingen. Investeren in advies voorkomt kostbare mislukkingen. Wil je dieper ingaan op de levenscyclus van trips, schadelijkheid niveaus per gewas en welke middelen toegelaten zijn? Kijk dan eens op trips bestrijden voor een compleet overzicht. Daar vind je ook actuele informatie over toelatingseisen en dosering per situatie. Door preventie, biologische vijanden en gerichte chemische interventies slim te combineren, houd je trips onder controle. Zonder volledig afhankelijk te worden van zware middelen. Dat is beter voor je gewas, je portemonnee én het milieu. En uiteindelijk draait het daar allemaal om: een gezonde teelt die rendabel blijft.