Tuin plagen

Engerlingen

Engerlingen zijn de larven van verschillende kevers. Deze larven doen zich tegoed aan de wortels van o.a. het gazon. Hier zie je dan ook het snelst de enorme schade die deze dikke larven aanrichten. Maar niet alleen de wortels van het gazon vallen ten prooi aan de engerlingen ook de wortels van naaldbomen, beuken en vele andere planten moeten het ontgelden. De Engerling is een opvallende witte larve met een grijs/bruine kop en heeft drie paar poten. De Engerlingen worden 2 tot 4 cm groot en krullen zich vrijwel altijd op tot een C vorm. Doordat deze larven de wortels van het gazon opvreten gaat de zode los liggen. Het gras wordt geel en sterft af. Vogels zijn dol op Engerlingen en ontdekken dan ook snel de losliggende zode waaronder de Engerlingen zich bevinden. Hele groepen vogels pikken het gras opzij in hun zoektocht naar Engerlingen wat de schade aan het gazon alleen maar verergerd. Ook de mol heeft de Engerlingen hoog op zijn menu staan. Snel ingrijpen waarneer je Engerlingen in de tuin ontdekt is dus geen overbodige luxe.

De meest voorkomende Engerlingen in Nederland en België zijn afkomstig van de

  • Meikever (Melolontha melolontha)
  • Junikever (Amphimallon sostitialis)
  • Julikever (Polyphyla fullo)
  • Sallandkever (Hoplia phylanthus)
  • Roestbruine sprietkever (Serica brunnea)
  • Mestkever (Aphodius)
  • Rozenkever (Phyllopertha horticola)

Preventieve bestrijding
Preventieve bestrijding van de Engerlingen is niet direct mogelijk. Wat je wel zou kunnen doen om de schade enigszins te beperken is ervoor zorgen dat het gazon in een goede conditie is en ervoor zorgen dat de grond voldoende vochtig is. Je zult begrijpen dat de combinatie van wortelvraat en droge grond funest is.

Chemische bestrijding
Afgelopen jaren zijn alle chemische middelen tegen Engerlingen voor zowel de particulier als de professionele gebruiker uit de handel genomen.

Biologische bestrijding
Engerlingen zijn zeer goed en snel te bestrijden met aaltjes (insectenparasitaire nematoden). Het is een makkelijke, natuurvriendelijke en veilige manier van bestrijden. De aaltjes worden verhandeld in een kleisubstantie. De kleisubstantie meng je met water en giet je over de aangetaste plekken. De aaltjes gaan zelf op zoek naar de Engerlingen en eenmaal gevonden zullen ze in de Engerlingen dringen. De aaltjes scheiden een bacterie af die de Engerling zal doden. De aaltjes planten zich voort en uit de dode Engerlingen komen nieuwe aaltjes die weer op zoek gaan naar Engerlingen. Een aangetaste Engerling door aaltjes is te herkennen aan een roestbruine kleur. Voor een optimaal resultaat dient de bodemtemperatuur boven de 13°C te bedragen.

Tuin plagen

Naaktslakken

Naaktslakken zijn net als de huisjesslakken weekdieren uit de klasse buikpotigen. De spieren waarmee de slak zich voortbeweegt bevinden zich onderaan de buik. Om de buik te beschermen zetten ze een slijmlaag af waarover ze zich verplaatsen. Naaktslakken zijn meest ’s nachts actief waardoor we de Naaktslak vaak niet opmerken, maar de slijmlaag waarover ze bewegen verraadt hun aanwezigheid. Alleen op een bewolkte regenachtige dag zullen we de Naaktslak overdag aantreffen. Naaktslakken kunnen alleen in een vochtige omgeving leven. 90% van de populatie bevindt zich steeds onder de grond en doen zich daar tegoed aan wortels van planten terwijl de overige 10% zich tegoed doet aan het jonge groen boven de grond. Naaktslakken kunnen in 24 uur tijd de helft van hun eigen lichaamsgewicht verorberen. Dit brengt een enorme schade aan planten toe. Bij warm en vochtig weer kan de Naaktslak zich razendsnel vermenigvuldigen. Dit brengt een enorme plaag teweeg.

De meest voorkomende Naaktslakken in Nederland en België zijn de

  • Grote Aardslak (Arion rufus)
  • Grijze Veldslak (Deroceras reticulatum)
  • Akkeraardslak (Limax agrestis)


Natuurlijke vijanden
Verschillende vogels zoals de Kraai en de Ekster maar ook Egels en Kikkers zijn natuurlijke vijanden van de Naaktslak. Het is alleen maar zelden dat deze natuurlijke vijanden de overlast die Naaktslakken veroorzaken oplossen.
 
Preventieve bestrijding
Je zou kunnen overwegen om bekende Naaktslak werende planten in de tuin te zetten. Bekende soorten waar de slakken een hekel aan hebben zijn o.a.:

  • Tomaat (Lycopersicon)
  • Tijm (Thymus officinalis)
  • Salie (Salvia officinalis)
  • Hysop (Hyssopus officinalis)
  • Oostindische kers (Tropaeolum majus)

Chemische bestrijding
Ik ben zonder meer nooit een voorstander van bestrijding met chemische middelen zoals slakkenkorrels. Zeker niet gezien er vele andere, vaak beter, werkende manieren zijn om Naaktslakken te bestrijden. Slakkenkorrels zijn niet alleen schadelijk (dodelijk) voor Naaktslakken maar ook voor al zijn natuurlijke vijanden. Tevens dien je bij het gebruik van deze middelen goed op te letten dat kinderen hier niet bij kunnen komen. Indien je toch slakkenkorrels wilt gebruiken om slakken te bestrijden zorg er dan voor dat deze niet nat worden. Een dakpan of een schoteltje schuin in de grond gegraven biedt hier uitkomst.
 
Vallen plaatsen of met de hand verwijderen
Naaktslakken kan je goedkoop en makkelijk vangen met bier. Vul een beker of flinke mok voor de helft met bier en graaf deze zo in dat de rand van de beker of mok gelijk is met de grond. De Naaktslak is hier dol op en zal naar het bier worden gelokt. De Naaktslakken zijn dol op bier en zullen met vele in de beker of mok vallen en verdrinken. Een diervriendelijkere methode die vooral in de kleinere tuinen effectief kan zijn is om iedere avond met een zaklamp een ronde door de tuin te doen en de slakken weg te rapen. Zet de gevangen slakken uit in de vrije natuur.
 
Biologische bestrijding
Eén van de minst bekende, maar misschien wel de meest makkelijke en effectieve manier om Naaktslakken te bestrijden zijn aaltjes (Phasmarhabditis hermaphrodita). Het is een makkelijke, natuurvriendelijke en veilige manier van bestrijden. De aaltjes worden verhandeld in een kleisubstantie. De kleisubstantie meng je met water en giet je over de aarde. De aaltjes gaan zelf op zoek naar de Naaktslakken en eenmaal gevonden zullen ze in de Naaktslak dringen. De aangetaste Naaktslak stopt binnen één week met eten en zal sterven. Voor een optimaal resultaat dient de bodemtemperatuur tussen 5 en 20°C te bedragen

Tuin plagen

Emelten (Tipula)

De Emelt is de pootloze larve van een langpootmug. De Emelt heeft geen duidelijk waarneembare kop en is grauw (grijs/bruin) van kleur. Emelten hebben een lengte van 2 tot 4 cm en leven onder de grond. De Emelten zijn een ware plaag voor het gazon. De diertjes vreten niet aan de wortels van het gazon zoals op vele websites te lezen is, maar ze eten het jonge groen op. Dit doen ze door vanuit hun holletjes het jonge groen naar beneden te trekken. Het gazon zal hierdoor bruine kale plekken krijgen. Niet alleen gras valt ten prooi aan de Emelten. Ook Sla, Kool, Aardappel, Aardbei, Kervel en Peterselie staan hoog op de menukaart van de Emelt. De Emelten zijn het meest actief in het voorjaar, maar in de nazomer willen ze ook wel eens opduiken. Op zandgronden zal je niet snel last hebben van Emelten daar de Emelt de voorkeur geeft aan een natte en humusrijke omgeving. Indien er op zandgronden ongeveer hetzelfde schadebeeld in een gazon aanwezig is, zal de boosdoener waarschijnlijk niet de Emelt zijn maar de Engerling.

Preventieve Bestrijding
Bij preventieve bestrijding zullen we niet direct verlost zijn van de Emelten maar voorkomen we dat volgend jaar het gazon wederom geruïneerd wordt.

  • Aanplanten van Knoflook, Papaver en Goudsbloem.
  • Maai vanaf half augustus tot half september het gazon goed kort. De Langpootmug legt op dat moment de eitjes en geeft de voorkeur aan hoog gras.
  • Om dezelfde reden dien je te zorgen dat de tuin onkruidvrij is.
  • Zorg ervoor dat de grond goed gedraineerd is.
  • Werk geen halfverteerde plantresten onder.

Biologische bestrijding
Emelten zijn zeer goed te bestrijden met aaltjes (insecten parasitaire nematoden). Het is een makkelijke, natuurvriendelijke en veilige manier van bestrijden. De aaltjes worden verhandeld in een kleisubstantie. De kleisubstantie meng je met water en giet je over de aangetaste plekken. De aaltjes gaan zelf op zoek naar de Emelten en eenmaal gevonden zullen ze in de Emelten dringen. De aaltjes scheiden een bacterie af die de Emelt zal doden. De aaltjes planten zich voort en uit de dode Emelten komen nieuwe aaltjes die weer op zoek gaan naar Emelten. Voor een optimaal resultaat dient de bodemtemperatuur boven de 13°C te bedragen.
 
Chemische bestrijding
Chemische bestrijding van Emelten is volgens de richtlijnen van de Nederlandse wet niet mogelijk.

Tuin plagen

Mollen bestrijden of verjagen

De mol (Talpa europpaea) is een nagenoeg blind zoogdier die over het algemeen nuttig werk onder de grond verricht. De hard werkende mol graaft gangen wat goed is voor de beluchting, drainage en eet vele (schadelijke) insecten. De mol is 12 tot 16 cm lang (incl. staart van 2,5 cm) en heeft een zachte zwarte pels die op zijn buik grijs is. Er worden regelmatig albino mollen ontdekt (geheel witte mollen). De mol is te herkennen aan zijn spitse snuit en zeer ontwikkelde naar buiten gedraaide voorpootjes, die bestaan uit zes tenen, waarmee de mol zeer goed kan graven. De ogen van een mol zijn zo groot als een speldenknop. De mol kan een piepend geluid maken en blazen indien er gevaar heerst. De reuk, het zicht en het gehoor van een mol zijn matig vandaar dat de mol alles op de tast doet. De mol is dan ook uitgerust met duizenden tastharen bovenop zijn spitse snuit en op de voorpoten.

Natuurlijke vijanden

De mol heeft een aantal natuurlijke vijanden waaronder:

  • Reiger
  • Ooienvaar
  • Valk
  • Uil
  • Buizerd
  • Vos
  • Bunzing
  • Kat
  • Wezel

Wist je dat een mol bij voldoende voedselaanbod een voedselvoorraad aanlegt? Dit doet hij door de kop van een regenworm af te bijten. De regenworm zal hierdoor niet sterven maar kan zich niet meer verplaatsen.

Mollen verjagen
Ondanks dat de mol nuttig werk verricht onder de grond is niet iedereen gecharmeerd van het ijverige diertje. De mol kan ernstige schade aanrichten aan het gazon. Door het gangenstelsel kunnen mensen blessures oplopen. De vele molshopen die de mol in korte tijd kan produceren zijn een doorn in het oog. Maar niet alleen het gazon is de dupe, ook kan bestrating verzakken als de mol op bezoek is. Ondanks dat ik persoonlijk de mol een aandoenlijk diertje vind zie ik hem het liefst niet in de tuinen die ik aanleg. Ik zal om deze reden dan ook in eerste instantie proberen de mol te verjagen in plaats van direct mollenklemmen te zetten. Er zijn meerdere manieren om een mol te verjagen.

Trillingen
Een mol heeft een hekel aan trillingen. Er zijn apparaatjes in de handel op batterijen die trilingen opwekken. Deze kan je eenvoudig in een gang steken.

Fles
Steek een fles zonder bodem in een molshoop. Let erop dat de opening van de fles de wind vangt. Hierdoor zal een fluittoon ontstaan die door de gangen van de mol klinkt.

Mottenballen
Stop mottenballen in een gang van de mol en sluit deze vervolgens weer luchtdicht af.

Mollenpatronen
Mollenpatronen (zwavel rookbommen) kan je inzetten om de mol te verjagen. Sluit alle openingen in het gangenstelsel af en steek een mollenpatroon aan. Het gangenstelsel zal zich vullen met rook wat de mol doet verjagen.

Keizerskronen
Ook kan je proberen mollen te verjagen met beplanting. Het is bekend dat de mol een hekel heeft aan Keizerskronen (Fritillaria imperialis) Deze bloembollen verspreiden een geur waar mollen een hekel aan hebben. Keizerskroon is een plant die 80 tot 100 cm hoog wordt.

Mollen bestrijden
Pas als de mol zich niet laat verjagen zou je kunnen overwegen de mol te vangen. Ik schrijf bewust mol omdat er altijd maar één mol in een bepaald gebied leeft. Alleen in de paringstijd kan je meerdere mollen in hetzelfde gebied aantreffen. Wel is het zo dat de mol graag het gangenstelsel van een andere mol overneemt. Zo kan het dus gebeuren dat je een mol vangt en er de volgende dag alweer een nieuwe mol actief is op dezelfde plaats.

Mollenklem plaatsen
Er zijn verschillende soorten mollenklemmen in de handel. Indien de klem op de juiste manier geplaatst is zal je de mol in een dag vangen.

1. Om te controleren of de mol actief is in het gangenstelsel druk je een dag voor plaatsing van de klemmen de gangen dicht. Bij droog weer kan het zijn dat de mol erg diep zit omdat de insecten daar dan ook zitten. Het bevochtigen van de grond is een manier om de mol naar de oppervlakte te lokken.
 
2. Om een goede plaats te bepalen om de klem te zetten kies je een plaats tussen twee molshopen in of een gang die naar water loopt. Prik met een stokje in de grond om de gang op te sporen.
 
3. Graaf nu voorzichtig een gat waar de klem ruim in past. Voel of de gang goed doorlopen is, de gang zal dan glad aanvoelen. Span nu de mollenklem en stel deze zo scherp mogelijk af. Pas hierbij wel op je handen.
 
4. Plaats nu de klem voorzichtig in de gang met de vier poten naar beneden. Zorg ervoor dat het lipje midden in de gang zit.
 
5. Maak nu de gang weer donker door er bijvoorbeeld een emmer omgekeerd op te plaatsen. Zodra de mol met zijn rug het lipje omhoog duwt zal de klem dichtklappen wat resulteert in een directe dood van de mol.

Tuin plagen

Stippelmot of spinselmot (Hyponomeuta padellus)

De stippelmot die ook wel spinselmot wordt genoemd is een (nacht) vlinder die we vanaf juli tot eind augustus kunnen waarnemen. Het zijn kleine witte vlindertjes met zwarte stippen. De stippelmot is op zich het probleem niet, het zijn de larven die zich verpoppen tot rupsen waar de stippelmot uitkomt. Deze larven vreten het jong uitgelopen frisse groene blad van de bomen. De stippelmot heeft het voornamelijk gemunt op appelachtigen. Onderschat dit niet, ze zijn werkelijk in staat om ieder blaadje van een boom of struik te vreten. De larven beschermen zichzelf door zich in te spinnen. De indrukwekkende nesten van gesponnen draden geven de struiken een mysterieuze, bijna spookachtige, uitstraling.

In zeer korte tijd worden door deze hongerige diertjes o.a. de Prunus, Crataegus, Malus, Euonymus en Pieris kaalgevreten en ingepakt. Ook een Olea kan getroffen worden door de stippelmot. Gelukkig brengt de stippelmot maar één generatie per jaar voort waardoor de struiken zich nog kunnen herstellen van de geleden schade. Na de langste dag zullen alle rupsen veranderd zijn in een vlinder wat nog vroeg genoeg is voor de struik om nieuw blad aan te zetten.

Bestrijding
Persoonlijk zal ik altijd eerst opteren voor een milieuvriendelijke manier van bestrijden van de stippelmot. Helaas blijft er dan niet veel meer over dan het met de hand verwijderen van de nesten. Indien het om een enkele struik in uw tuin gaat zal ik dit zeker aanbevelen, zeker gezien de plant er niet dood aan gaat. Indien de tuin vele struiken heeft die ieder jaar weer de dupe zijn van de larve van de stippelmot zou een chemische bestrijding een oplossing kunnen zijn. Bedenk wel dat chemische bestrijdingsmiddelen niet alleen een remmende werking op het zenuwstelsel van insecten hebben, maar ook op het zenuwstelsel van vogels, andere dieren en mensen!

Chemische bestrijding
Wie de stippelmotten toch chemisch wil bestrijden moet er vroeg bij zijn. Nog voordat de spinselwebben zijn gevormd. Bestrijden kan middels het spuiten van:
Bromofos: niet giftig voor bijen.
Deltamethrin: giftig voor bijen, vissen en tal van insecten.
Bij gebruik van bestrijdingsmiddelen dien je de gebruiksaanwijzing op de verpakking goed te lezen! Voorkom ongelukken.

Tuin plagen

Taxuskever (Otiorhynchus sulcatus)

De Taxuskever, ook wel gegroefde lapsnuitkever genoemd, is een kever die ongeveer 1 cm groot is. Hij is zwart met vaak lichtere vlekjes op de dekschilden. De Taxuskever is goed te herkennen aan zijn zeer bolle achterlijf en lange kop. De Taxuskever zelf vreet ’s nachts aan de buitenste randen van bladeren van o.a. Rododendron, Taxus, Azalea, Camelia, Fuchsia, Primula, Cyclaam, Coniferen, Aardbeien en vele andere overblijvende kruidachtige gewassen. Kenmerkend is de manier waarop deze Taxuskever zich aan het groen te goed doet. Hij vreet altijd van buiten naar binnen in een golvende beweging. De schade die een Lapsnuitkever veroorzaakt is echter niet dodelijk voor de plant het is hooguit een lelijk gezicht. Erger is het feit dat ,indien je de Taxuskever in je tuin aantreft, het aannemelijk is dat er ook larven van de Taxuskever aanwezig zijn.

Larven Taxuskever
De crème/witte larven van de Taxuskever hebben een lichtbruine kop en zijn in hun eindstadia ongeveer 1 cm lang. De larven krullen zich meestal iets op tot een C-vorm. De larven van de Taxuskever kunnen grote schade aanrichten. Ze vreten aan de wortels van planten en naarmate de larven groter en sterker worden vreten ze de bast van grotere wortels en zelfs de wortelhals of stambasis af. Deze vraat kan leiden tot het afsterven van de getroffen plant. Ik heb niet zelden gezien dat complete volwassen Taxushagen hierdoor getroffen werden.

Chemische bestrijding Taxuskever
Ik persoonlijk ben geen voorstander van chemische bestrijding van de Taxuskever. Hoewel een chemische bestrijding goed kan werken treft het veelal niet alleen de Taxuskever maar ook andere, soms nuttige, insecten. Wie wel voor een chemische bestrijding kiest doet er goed aan dit begin mei tot half juli toe te passen, de larven zijn dan zeer gevoelig voor een chemische bestrijding. Er zijn speciale korrels in de handel die minimaal 5 cm in de grond verwerkt dienen te worden tot maximaal 10 cm diep.

Biologische bestrijding Taxuskever
De larven van Taxuskevers zijn zeer goed en snel te bestrijden met aaltjes (insectenparasitaire nematoden). Het is een makkelijke, natuurvriendelijke en veilige manier van bestrijden. De aaltjes worden verhandeld in een kleisubstantie. De kleisubstantie meng je met water en giet je over de aangetaste plekken. De aaltjes gaan zelf op zoek naar de larven van de Taxuskever en eenmaal gevonden zullen ze in de larven van de Taxuskever dringen. De aaltjes scheiden een bacterie af die de larven van de Taxuskever zal doden. De aaltjes planten zich voort en uit de dode larven van de Taxuskever komen nieuwe aaltjes die weer op zoek gaan naar larven. De minimale bodemtemperatuur dient 5°C te bedragen.

Tuin ziekten

Echte Meeldauw

Echte Meeldauw is een verzamelnaam voor een schimmelinfectie die voornamelijk op de bovenzijde van het blad van het geïnfecteerde gewas voorkomt. Er zijn zeer veel soorten Echte Meeldauw. Bijna iedere plantgroep heeft zijn eigen soort Meeldauw. Meestal wordt Echte Meeldauw dan ook genoemd naar de plantensoort die geïnfecteerd is zoals Eikenmeeldauw, Rozenmeeldauw, Appelmeeldauw enz. Echte Meeldauw kan de plant enorm verzwakken. De schimmel zuigt sappen uit de cellen van de geïnfecteerde plant. Vaak zal hierdoor het blad vervormen of opkrullen. Tevens kan de schimmel zo dik op de bladen liggen dat licht niet meer of moeilijk bij de plant kan doordringen.

Bestrijding Echte Meeldauw
Bestrijden van Echte Meeldauw is mogelijk door het gewas te bespuiten met een chemisch bestrijdingsmiddel. Persoonlijk ben ik nooit een voorstander om direct naar chemische bestrijdingsmiddelen te grijpen. Beter is het om te kiezen voor Meeldauw resistente soorten. Tevens zou je in siertuinen in een vroeg stadium de aangetaste bladeren kunnen verwijderen.

Het verschil tussen Echte Meeldauw en Valse Meeldauw kan je makkelijk vaststellen door er met je hand over te wrijven. Wrijf je de Meeldauw makkelijk weg dan heb je te maken met Echte Meeldauw is het zeer moeilijk weg te wrijven dan heb je te maken met Valse Meeldauw.

Tuin ziekten

Valse Meeldauw

Meeldauw is een veelvuldig voorkomende plantenziekte. Er is verschil tussen Valse Meeldauw en Echte Meeldauw. Valse Meeldauw komt voornamelijk voor op de onderkant van het blad en Echte Meeldauw voornamelijk aan de bovenkant. Valse Meeldauw wordt veroorzaakt door organismen (Oömycoten) die sterk op schimmel lijken maar het in feite niet zijn. Vandaar de benaming Valse Meeldauw.

Valse Meeldauw komt op vele gewassen voor de belangrijkste zijn o.a.

  • Vitis (Druif)
  • Lactuca (Sla)
  • Allium (Ui)
  • Cucumis (Komkommer)
  • Beta (Biet)
  • Spinacia (Spinazie)


Maar ook in de siertuinen vormt Valse Meeldauw een groot probleem en komt o.a. voor op

  • Buddleja (Vlinderstruik)
  • Helleborus (Nieskruid of Kerstroos)
  • Rosa (Roos)
  • Laburnum (Gouden regen)
  • Primula (Sleutelbloem)
  • Salvia (Salie)

Het verschil tussen Echte Meeldauw en Valse Meeldauw kan je makkelijk vaststellen door er met je hand over te wrijven. Wrijf je de Meeldauw makkelijk weg dan heb je te maken met Echte Meeldauw is het zeer moeilijk weg te wrijven dan heb je te maken met Valse Meeldauw.

Schade
Vaak denkt men, door de benaming “Valse Meeldauw”, dat het om een niet schadelijke aantasting gaat. Niets is echter minder waar. Valse Meeldauw kan grote schade aanrichten op de getroffen gewassen. Valse Meeldauw op de bloemtrossen van bijvoorbeeld de Vitis (Druif) kan tot gevolg hebben dat er geen druiven aan de plant komen. Maar ook bij een latere infectie kan een groot gedeelte verloren gaan door Valse Meeldauw.
 
Preventieve bestrijding Valse Meeldauw
Valse Meeldauw kan je preventief bestrijden door het gewas te bespuiten. De meeste preventieve middelen om Valse Meeldauw te bestrijden werken op basis van kopersulfide of dithiocarbamaten. Preventief bespuiten op bijvoorbeeld de Vitis (Druif) doe je als de jonge uitlopers ongeveer 10cm lang zijn. Heel belangrijk is om het weerbericht goed in de gaten te houden. Valse Meeldauw is dol op vochtige periodes. Bespuiten doe je dan voordat er een vochtige periode aankomt.
 
Bestrijding Valse Meeldauw
Indien het gewas reeds geïnfecteerd is met Valse Meeldauw kan het gewas bespoten worden met chemische bestrijdingsmiddelen op basis van fosetyl-aluminum en fenylamiden.

Tuinontwerp cursus

Tuinontwerp cursus deel 15 (smalle tuinen 2)

Tussen de tweede en derde “tuinkamer”? maken we weer een border met weelderige beplanting. Aan het einde van hat pad in de tweede “tuinkamer”? (daar waar het pad een knik naar links maakt) zetten we een tuinbankje om te voorkomen dat de zichtlijn niet doodloopt. Het is de bedoeling dat er een bankje komt zonder rugleuning zodat je het bankje kan gebruiken om zowel de tweede als de derde “tuinkamer”? te overzien. In de derde “tuinkamer”? is in de breedte een vijver ingetekend waar het pad overheen loopt. Op deze manier kunnen we de vijver zo breed mogelijk maken. Uiterst rechts in het midden van de vijver zetten we een waterornament of fontein die ervoor zorgt dat je aandacht getrokken wordt. Ook de beplanting mag aan die zijde uitbundig zijn. Ook deze “tuinkamer”? wordt afgesloten met een weelderige border. Om de symmetrie af te maken wordt ook tussen de derde en vierde “tuinkamer”? een bankje geplaatst.

De vierde en laatste “tuinkamer”? wordt gebruikt om een tuinhuisje in te zetten. Ik heb gekozen voor een hoekblokhut links achter in de tuin. Het pad vanuit de derde “tuinkamer”? naar de blokhut loopt diagonaal wat in combinatie met de hoekblokhut direct de diepte uit het laatste stuk tuin zal weghalen. Aan de rechterzijde heb ik gekozen voor vier grote bloembakken.

Tuinontwerp cursus

Tuinontwerp cursus deel 14 (smalle tuinen 1)

Net zoals met ondiepe brede tuinen hebben mensen met een diepe smalle tuin ook vaak moeite om deze op de juiste manier te ontwerpen. De vraag om een lange smalle tuin breder te laten lijken is mij dan ook niet onbekend. De grootste fout die gemaakt wordt bij lange smalle tuinen is de te eentonige en te hoge omkadering van het geheel. Een tuin van bijvoorbeeld 6 bij 20 meter afbakenen met een schutting aan weerszijden versterkt het pijpenla effect alleen maar. De kunst is om te combineren met verschillende tuinafscheidingen en hoogtes. Op deze manier voorkom je dat je in één keer langs de afscheiding kan kijken.

Om zoveel mogelijk tips te geven zal ik in een aantal stappen een lange smalle tuin ontwerpen. De tuin die ik als voorbeeld neem heeft een afmeting van 6 meter breed bij 20 meter diep. De beste manier om een tuin met deze afmetingen in te richten is door deze te verdelen in vakken. Het leuke van het werken met deze verdeling is dat er een soort “tuinkamers” zullen ontstaan. Iedere “tuinkamer” kan je op een andere manier vormgeven. Hoe langer de tuin is hoe meer “tuinkamers” je kan maken.

We beginnen met een terras tegen de woning. Bij het uitzoeken van de bestrating is al rekening gehouden met het feit dat de tuin breder moet lijken. Er is gekozen voor een tegel van 60x40cm die in de breedte gelegd wordt. Om het breedte effect nog beter tot zijn recht te laten komen leg ik om de twee banen tegels een klinker (waalformaat). Wederom wordt deze klinker in de breedte gelegd. Aan de rechterkant van het terras plaats ik een schutting en aan de linkerkant een heg.

Nu het terras en de erf afscheiding voor dit gedeelte klaar zijn gaan we ervoor zorgen dat het een soort van “tuinkamer” wordt. In de tweede “Tuinkamer” komt een gazon met een pad. Door tussen het terras en het gazon een border te maken met aan de zijkanten wat hogere beplanting creëer je dit. Vaak wordt de fout gemaakt te massieve heggen tussen de “tuinkamers” te planten waardoor er al snel een opgesloten gevoel zal ontstaan. Het is veel mooier om de afscheiding voldoende transparant te maken zodat men nieuwsgierig wordt naar hetgeen er nog meer te beleven is. Het werken met heggen kan echter wel maar dan dien je deze niet te hoog en met voldoende openingen tussen de “tuinkamers” aan te planten. Verder is de aanzet voor een tuinpad bewust niet in het verlengde van de deur of het raam gemaakt daar dit een enorm diepte effect met zich mee zal brengen wat hier nou juist niet de bedoeling is. Let in dit soort tuinen vooral op de details zoals de rechthoekige tuintafel die bewust in de breedte op het terras staat.

In het tweede gedeelte van de tuin is er plaats voor een gazon. Doordat ik gekozen heb voor staptegels wordt het gazon niet onderbroken waardoor het breedte effect optimaal is. Zelfs de staptegels worden in de breedte gelegd. De erf afscheiding verspringt nu waardoor er aan de linkerkant een schutting en aan de rechterkant een weelderige haag ingetekend is. Aan het einde van de tweede “tuinkamer”? maakt het tuinpad een hoek naar links om verdere dieptewerking te voorkomen.

Tuinontwerp cursus

Tuinontwerp cursus deel 12 (dieptewerking 3)

Niet alleen de rondingen, de heggetjes en het ornament zorgen in deze tuin voor een dieptewerking ook de paden dragen hier hun steentje bij. De truc van een goed tuinontwerp is om ervoor te zorgen dat de tuin vanuit de terrassen maar ook vanuit de woning aantrekkelijk is om naar te kijken. In dit tuinontwerp zitten meer lijnen dan dat je op het eerste gezicht zult verwachten. Ik zal ze hieronder allemaal uitleggen.

Vanuit de woonkamer (A) heb je door het ronde terras bij de openslaande deuren een wijde blik naar buiten wat ik met de rode lijnen aangeef.

Vanuit de woonkamer (A) creëer je door het ornament (B) en het pad een diepte wat extra versterkt word door de buxus haagjes die als een trechter zullen werken.

Vanaf het terras (A) heb je dezelfde zichtlijn naar het ornament (B), maar door het pad naar de achterdeur creëer je een tweede zichtlijn. De fout die de meeste mensen hier maken is dat deze zichtlijn “doodloopt”. Aan het einde van dit pad (C) zet je om dit te voorkomen bijvoorbeeld een bloembak zodat ook hier je aandacht getrokken wordt.

Tuinontwerp cursus

Tuinontwerp cursus deel 13 (dieptewerking 4)

Met het tweede terras kan je nog een extra truc uithalen. Plaats een ronde tafel op dit terras en schuif deze gedurende de periode dat je er geen gebruik van maakt precies in het midden van de cirkel. Plaats op de tafel een mooi bloemstuk en je zal zien dat de tuin hierdoor extra groot lijkt. Tevens nodigt het terras erg uit om naar toe te gaan. Ook vanaf dit terras hebben we twee zichtlijnen. De eerste loopt vanaf het terras (A) naar het ornament (B). De tweede zichtlijn loopt vanaf het terras (A) naar de garage (C). Ook hier dien je weer te voorkomen dat de zichtlijn doodloopt. Voorkom dit door bijvoorbeeld de deur te voorzien van glas in lood of plant aan weerszijden van de deur een mooie bloeiende plant.

Tevens heb je vanaf het zonneterras (A) weer de wijde blik over de gehele tuin zoals aangeduid op onderstaande illustratie.

Zoals je ziet kan je in een betrekkelijk kleine tuin nog erg veel tuinwensen kwijt en deze ook nog eens zo rangschikken dat de tuin aantrekkelijk is om naar te kijken.