Coniferen

Cupressus sempervirens (Italiaanse cypres)

De Cupressus sempervirens die beter bekend is als Italiaanse cypres wordt meer en meer aangeplant in de Nederlandse en Belgische tuinen. Best grappig als je bedenkt dat voor een tiental jaren geleden dit sterk afgeraden werd daar de Italiaanse cypres niet volledig winterhard is. Niet dat deze statige conifeer bij de eerste nachtvorst er de brui aan zal geven maar bij temperaturen lager dan -15°C wordt het toch oppassen. Misschien een klein voordeeltje van de klimaatverandering dat we van dit soort planten tegenwoordig in eigen tuin kunnen genieten. De Cypres heeft een aparte zeer smal opgaande groeiwijze waar de tuinarchitecten gretig gebruik van maken. Cupressus sempervirens wordt aangeplant als een blikvanger in een vak bodembedekkers of in een groep met verschillende hoogten bij elkaar.

De Cupressus sempervirens kan je eigenlijk niet vergelijken met een loof of naaldboom, het kleine blad van de Cypres is donkergroen en ligt zo dicht tegen de takken dat je alleen het driehoekige schubvormige blad te zien krijgt. Doordat er alleen sprake is van een lengtegroei zonder zijtakken te maken blijft de Cypres zo extreem smal. Een Cupressus sempervirens kan een hoogte bereiken van maar liefst 30 meter al zou dat in Nederland en Vlamingen niet snel gebeuren daar de Cypres in ons klimaat bijzonder langzaam groeit. De mannelijke kegels van de Cypres zijn slechts 3mm lang, groen van kleur en hebben de vorm van een ei. De vrouwelijke kegels zijn eveneens groen van kleur maar bolvormig en met een afmeting van 3 à 4cm een stuk groter.

Snoeien
De cypres vraagt maar om weinig onderhoud. Eigenlijk snoei je de conifeer in het najaar liefst ver voor de vorst met een snoeischaar licht bij. Belangrijker nog zijn de kegels die de conifeer in het najaar zet. Deze kegels maken zaad aan wat erg veel kracht kost en ten koste gaat van de groei van de Cypres. Het beste is dan ook deze kegels er zo snel mogelijk af te halen door ze met duim en wijsvinger van de takken te draaien.

Combineren met
Olea europea
Lavandula (Lavendel)
Vijgen
Laurus nobilis (Echte laurier)

Bomen

Betula (Berk)

De Betula die bij iedereen wel bekend zal zijn als Berk komt van nature in Nederland en België voor. Berken groeien gemakkelijk op vrijwel alle grondsoorten en zie je dan ook veel op de heidevelden, in moerasgebieden en bossen. De Betula ontkiemt gemakkelijk op de meest onmogelijke plaatsen. Zo heb ik ooit een berkenboompje in een paardentrailer zien groeien, in de dakgoot en zelfs in een silo die niet meer gebruikt werd. In de silo zat nog wat witzand waar de Berkenboom in groeide. Kortom een Berk is een makkelijke boom. Berken hebben een heel kenmerkende wit met zwarte stam die sommige zo mooi vinden dat ze de stam van de boom ieder jaar weer wassen! In Laren (NH) weet ik een tuin waar de tuinman ieder jaar met een emmer en spons de groene algen aanslag van de bast afboent, het moet niet gekker worden.

De Berk die je in het wild tegenkomt is de Betula pendula. Tenminste zo wordt de kruising tussen twee verschillende Berken genoemd. Het gaat hier om de Betula pubescens (Zachte Berk) en de Betula verrucosa (Ruwe Berk). Omdat de verschillen tussen beide nihil zijn wordt er tegen alle Betula pendula gezegd.

Troep maker
De Betula wordt niet altijd als een ideale boom ervaren. De Berken ruien het gehele jaar door de lange dunne twijgen, verspreiden erg veel pollen wat een ramp is voor wie hooikoorts heeft, Laten de uitgebloeide katjesachtige bloemen massaal vallen en verliezen hun kleine lastig op te ruimen blaadjes in het najaar. Kortom wie een Berk in de tuin heeft is eigenlijk altijd aan het opruimen. Nog een nadeel is de grote hoeveelheid water die de Berk nodig heeft. Berken nemen zo veel vocht uit de grond dat het vaak lastig is om heesters of vaste planten onder te planten. Een goede keuze is de Aucuba die het vrijwel altijd doet.

Snoeien
Als je besluit een Berkenboom te snoeien dien je goed op te letten dat je dit in de juiste periode van het jaar doet. Snoei de Berken het liefst als het blad er net vanaf gevallen is in de herfst. Berken hebben een zeer sterke sapstroom waardoor de Berk makkelijk kan gaan ‘bloeden’. Indien een Berk eenmaal bloed is dit niet meer te stoppen en zal deze in het ergste geval dood kunnen bloeden. Vroeger dronk men wel “Berkenwater”? wat best een aardige smaak heeft. Men knipte dan in het voorjaar een vingerdikke tak van een Berk en hing een emmer onder de snoeiwond. Wij hebben dit vroeger op school eens gedaan. Wie niet tot nauwelijks kennis van snoeien heeft doet er goed aan een ervaren boomverzorger bij te halen. Het snoeien van bomen vindt doorgaans op grote hoogte plaats en dient te gebeuren met een kettingzaag. Al met al een gevaarlijke klus die maar al te vaak onderschat wordt met de meest ernstige ongelukken tot gevolg. Indien je toch gaat snoeien pas dan een soort verjongingsnoei toe. Ik bedoel daarmee dat je takken in zijn geheel uit de kroon moet wegnemen. Op deze manier breng je weer licht in de kroon van de boom zonder de habitat aan te tasten.

Betula_0004

Heksenbezem
Zeer kenmerkend voor de Berkenbomen is de Heksenbezem. Een heksenbezem is een verzameling van kleine takjes in de vorm van een bezem. Heksenbezem wordt veroorzaakt door een schimmelinfectie (Taphrina betulina) die zich verspreid via het capillair systeem van de Berk. Soms zijn er maar een paar heksenbezems te vinden maar er zijn Berken bij waar honderden heksenbezems in zitten. Vaak denkt men dat er een heleboel vogelnesten in de Berk gemaakt zijn. Overigens hoef je je geen zorgen te maken over de schimmelinfectie de Berk kan er oud mee worden.

Betula_0005

Schimmels
Wat wel van invloed is op de leeftijd van de Berk is de Berkenzwam (Piptoporus betulinus). Berkenzwam is een elfenbankje achtige schimmel die je uitsluitend op Berken tegenkomt. Het meest getroffen zijn Berken die op natte of schaduwrijke plaatsen groeien. Het vreemde van de Berkenzwam is dat deze zich vrijwel niets aantrekt van het jaargetijde. De Berkenzwam kom je het jaar rond tegen op de bast van de Berk. Indien de Berkenzwam verkleurd van bruin naar wit betekend het dat de zwam aan het doodgaan is.

Betula_0006

Niet alle schimmels verkorten de levensduur van de Berk. Er zijn erbij waar de Berk juist niet zonder kan. We noemen dit leven in symbiose, wat betekend dat de één niet zonder de ander kan en andersom. Een goed voorbeeld van een schimmel die in Symbiose leeft met de Berk is de Vliegenzwam.

Diverse soorten

Betula_0007

Betula nana (Dwergberk): Zoals de naam Dwergberk al doet vermoeden is dit de kleinste Berk die er te verkrijgen is. Dit strukje zal een hoogte bereiken tot maximaal 75cm. De Dwergberk heeft kruipende en opgaande takken

Betula_0008

Betula nigra (Zwarte Berk): De zwarte Berk kan een hoogte bereiken van ongeveer 15 meter en heeft dan een doorsnede van 6 meter.

Betula_0009

Betula papyrifera (Papier berk): De Papierberk wordt een stuk minder breed dan voorgaande maar zal wel een stuk hoger worden. Een Papierberk met een hoogte van 20 meter is geen uitzondering.

Betula_0010

Betula pendula (Gewone Berk): De gewone Berk zal niet veel hoger worden dan 15 meter.

Betula_0011

Betula pendula ‘Tristis’ (Treurberk): De treurberk wordt voornamelijk als solitair aangeplant en zal een hoogte bereiken van ongeveer 17 tot 20 meter. De boom heeft lange afhangende takken en is in de wintermaanden misschien nog wel mooier dan als het blad aan de boom groeit. Op de foto een treurberk op stam.

  • Combineren met
  • Erica (Winterheide)
  • Calluna
  • Coniferen
Bomen

Carpinus betulus (haagbeuk)

De Carpinus betulus die beter bekend staat als haagbeuk is in te zetten als boom maar, zoals de naam al doet vermoeden ook als haag. Er is heel veel verwarring over de haagbeuk of liever gezegd tussen een haagbeuk en een beukenhaag. Vele denken dat er geen verschil is tussen beide of kunnen ze niet uit elkaar halen. Als je voor eens en voor altijd duidelijk wilt hebben of en wat de verschillen zijn tussen een beukenhaag en een haagbeuk lees dat het artikel haagbeuk of beukenhaag.

Carpinus betulus als haag
Als je een haag wilt maken van Haagbeuk dan kan je daar het beste de Carpinus betulus ‘Fastigiata’ voor gebruiken. De ‘Fastigiata’ zal aan de onderkant meer vertakt zijn dan andere Haagbeuk soorten waardoor je een mooie dichte haag zal krijgen. Door het steeds weer verwijderen van de toppen van de Haagbeuken zal je de breedtegroei stimuleren en een mooie haag krijgen. In tegenstelling tot de meeste planten die geschikt zijn voor de aanplant als haag plant je indien je snel een mooie dichte haag wilt een dubbele rij aan. Als je zeker niet te veel geld wilt uitgeven aan de nieuwe haag is het verstandig deze aan te planten in het najaar of in de winter als het niet vriest. Op dat moment worden de haagbeuken aangeboden met een kale wortel of ‘naakte wortel’ wat ze in de handel bosplantsoen noemen. Indien je geen geduld hebt en perse wilt planten in het voorjaar of zomer dan ontkom je er niet aan om containerplanten te kopen die vele malen duurder zijn.

Een haag van haagbeuk aanplanten
Voordat je daadwerkelijk de haag gaat aanplanten ga je naar een goede boomkwekerij waar je de haagbeuk uitzoekt. Er zijn vele maten te verkrijgen wat meestal aangegeven wordt als 40/60, 60/80, 80/100, 100/125, 125/150, 150/175 en 200cm ‘op’. Kies je voor de maat 40/60 dan heb je een Haagbeuk die tussen de 40 en de 60 cm hoog is. De rest spreekt vanzelf behalve als er bijvoorbeeld 200cm ‘op’ vermeld staat. Dit betekend niet dat de plant uitverkocht is maar dat de plant hoger is dan 200cm. Na het uitzoeken zal de boomkweker de planten rooien en in het geval van een naakte wortel de planten in bosjes van 15 tot 25 stuks inpakken in een plastic zak. Dit is om te voorkomen dat de wortels van de Haagbeuk uitdrogen. Zeker als de planten vervoerd worden met een open aanhangwagen is dit geen overbodige luxe. Sterker nog ik zal planten die na het rooien niet direct ingepakt worden simpelweg niet accepteren. Vraag aan de boomkweker of je wat grond waar de beuken ingestaan hebben mee mag nemen. Koop dit desnoods! Het geld voor alle planten dat deze makkelijker aan zullen slaan op de grondsoort die ze gewent zijn. Afhankelijk van de maat die aangeschaft is kan je een geul gaan graven. In de meeste gevallen volstaat een geul van 40cm diep en 50cm breed. Onder in de geul doe je een laagje nieuwe humusrijke grond of beter nog de grond die je hebt meegenomen bij de boomkweker. De hoeveelheid beuken per strekkende meter is afhankelijk van de maat en of je een enkele rij of een dubbele rij Haagbeuken aanplant. In de meeste gevallen wordt een dubbele rij beuken aangeplant daar je dan een veel mooiere haag zal krijgen. Om een indicatie te geven van de hoeveelheid Haagbeuken die nodig zijn onderstaand een overzicht waarin ik ervanuitgegaan ben dat je een dubbele rij aanplant.
 
Haagbeuk maat 40/60cm: 12 tot 15 stuks per strekkende meter
Haagbeuk maat 60/80cm: 9 tot 12 stuks per strekkende meter
Haagbeuk maat 80/100cm: 8 tot 10 stuks per strekkende meter
Haagbeuk groter dan 100 cm ongeveer 8 stuks per strekkende meter

Leg na het graven van de geul alle Haagbeuken in de geul. Op deze manier weet je of je goed uitkomt met het aantal aangeschafte beuken. Nu is het makkelijk als je met zijn tweeën bent waar de één de beuken netjes rechtop houd en de ander de geul aanvult met aarde. Zorg ervoor dat er rechtstreeks op de wortels de meegenomen aarde komt de rest kan je aanvullen met de aarde die uit de geul komt. Plant de Haagbeuken iets dieper dan deze op de boomkwekerij hebben gestaan maar let op stamp de aarde nog niet aan! Je kan makkelijk zien aan het kleurverschil op de stammetjes hoe diep de Haagbeuk op de kwekerij gestaan heeft. Pas als de gehele geul aangevuld is met aarde pak je het stammetje van de Haagbeuk vast en trekt deze met een korte ruk iets omhoog zodat deze exact op dezelfde hoogte staat als deze op de kwekerij gestaan heeft. Op deze manier zorg je dat de aarde goed tussen de wortels komt. Pas als je alle Haagbeuken omhoog getrokken hebt druk je de aarde stevig aan met je voeten. Let er op dat je niet gaat stampen!

Snoeien
Wat een heel belangrijk verschil is tussen de haagbeuk en de beukenhaag is dat de haagbeuk pas voor de eerste maal getopt wordt als de plant de gewenste hoogte bereikt heeft. Wil je een haag van 200cm hoog en je hebt planten van 175 cm gekocht wacht je dus tot de haag een hoogte van meer dan 200cm heeft vooraleer je voor de eerste keer de schaar er in zet. In de breedte mag je wel direct na aanplanten snoeien. Als de haag de gewenste hoogte gehaald heeft snoei je de Haagbeuk met een heggenschaar zo rond de langste dag van het jaar (rond 21 juni). Als je dit eerder zal doe dan heb je kans dat je de haag twee keer moet snoeien. Kies voor deze klus wel een dag uit dat het bewolkt is om verbranding te voorkomen.

Bomen

Tilia (Linde of Leilinde)

De Tilia die bij het grote publiek beter bekend is met de Nederlandse naam Linde is een boom die veelvuldig aangeplant wordt. De meeste mensen zullen de Tilia kennen van de Tilia in een leivorm. Voor een leilinde wordt meestal een Tilia europaea (Hollandse linde) of een Tilia vulgaris (Zwarte Linde) gebruikt. Een Leilinde kenmerkt zich door een recht opgaande stam waar op een hoogte van ongeveer 250cm de eerste zijtakken beginnen. Deze zijtakken worden als een scherm opgebonden waardoor er een scherm op stam ontstaat. Leilindes werden vroeger al gebruikt bij de boerderijen. De boeren planten de leilinde langs de voorzijde van de boerderij. De voornaamste reden was dat de bomen koelte gaven in de voorkamer en de vaak daaronder gelegen melkput. Dit “romantische beeld”? wil men steeds vaker creëren wat er toe leid dat de leilindes haast niet aan te slepen zijn. Hoewel ik zelf leilindes prachtige bomen vindt ben ik het lang niet altijd eens met de keuze om Leilindes op deze manier in te zetten. Helaas worden Leilindes bij de meest moderne huizen of kantoren aangeplant wat mijns inziens een verkeerde keuze is. Het pand en de omgeving moeten zich een beetje lenen om tot het “romantische”? resultaat te komen.

Het kweken van Leilindes is een behoorlijke klus waar enkele jaren overheen gaan om tot een mooi resultaat te komen. Vandaar dat Leilindes geen goedkope bomen zijn. Een leilinde met een stamomtrek van 14 tot 16 cm kost al gauw tussen de 200,00 en 250,00 euro. Overigens is de prijs afhankelijk van hoe de Linde gekweekt is. Zo zijn Lindebomen in container duurder dan Lindes uit de volle grond. Je kan natuurlijk ook zelf een Leilinde maken wat ik straks uit zal leggen.

Kant en klare Leilinde:
Als je ervoor kiest om een kant en klare Leilinde aan te schaffen dien je bij de aanschaf de boom goed te bestuderen. Let op of de boom een rechte stam heeft en of de takken naar links en rechts op zoveel mogelijk gelijke hoogte staan. Zeker als je twee of meer Leilindes aan gaat planten dan dien je goed op te letten of deze allen op dezelfde hoogte beginnen zodat, eenmaal aangeplant, de takken in een vloeiende lijn doorlopen. Een Leilinde is meestal voorzien van een stevig raamwerk van tonking stokken (Bamboe stokken). De zijtakken worden bij een goede kweker aangebonden met bindbuis. Bindbuis is een soort holle dropveter van kunststof waarbij je de minste kans hebt dat deze met de takken van de Leilinde vergroeid raken.

Leilinde snoeien:
De beste tijd om een tilia te snoeien is in de herfst of de winter als het niet vriest. Als stelregel kan je aanhouden dat de lindebomen gesnoeid moeten worden als de boom bladloos is. Het snoeien is een eenvoudige klus die een ieder die in het bezit is van een scherpe snoeischaar en trap kan uitvoeren. Je snoeit alle jonge scheuten weg tot op de hoofdtakken. Tijdens het snoeien dien je goed in de gaten te houden of de hoofdtakken goed gezond zijn. Indien een hoofdtak beschadigd of dood is kan je een jonge scheut op deze plaats aanbinden die de hoofdtak zal gaan vervangen. In het filmpje Leilinde snoeien leg ik daar e.e.a. over uit.

Zelf opkweken van een Leilinde:
Wie een kant en klare Leilinde te duur vindt of het veel leuker vindt om een Leilinde zelf op te leiden kan het beste een 2 tot 3 jaar oude Lindeboom bij een boomkweker aanschaffen. Kies voor een Tilia europaea of een Tilia vulgaris. Als je zelf een Leilinde maakt kan je de boom of bomen het beste op een rij planten tussen stevige houten of ijzeren palen. Span om de 50 cm een stevig ijzerdraad of sla om de 50cm latten waar je de takken aan kan binden. Bind nu aan de horizontale draden of latten een geschikte tak. Let op dat je de tak heel rustig in de gewenste vorm buigd zodat deze niet afbreekt. De kans dat een tak breekt is overigens het grootst als de temperatuur onder de 5°C is. Het aanbinden doe je altijd met bindbuis wat bij ieder tuincentrum te koop is. Nadat de takken aangebonden zijn kan je alle overige takken wegsnoeien.

Bomen

Prunus subhirtella ‘Autumnalis’ (Sierkers)

De Prunus subhirtella ‘Autumnalis’ wordt in Nederland Sierkers en in België Japanse Kerselaar of winterprunus genoemd. Het is een dichtvertakte winterbloeiende struik die na verloop van tijd uit zal groeien tot een kleine boom van ongeveer 7 à 8 meter. De bloemen zijn halfgevuld en lichtroze tot bijna wit van kleur en beginnen hun bloei in oktober als het blad nog aan de takken zit en zullen doorbloeien tot ongeveer februari als de bladeren de strijd tegen de kou al lang hebben opgegeven. In de periode dat het blad gevallen is komen de bloemen extra mooi tot hun recht zeker gezien er in deze periode niet de meeste planten hun bloemenpracht vertonen. Prunus subhirtella ‘Autumnalis’ is al snel tevreden met de grondsoort die hij aangeboden krijgt maar stelt een jaarlijkse mestgift wel erg op prijs.

Snoeien
De Prunus subhirtella ‘Autumnalis’ behoeft, indien op de juiste plaats geplant, niet gesnoeid te worden. Snoei zal de habitus (uiterlijke verschijningsvorm) van de boom al snel negatief beïnvloeden. Indien het echt noodzakelijk is de Prunus subhirtella ‘Autumnalis’ te snoeien doe je dit het beste direct na de bloei in maart. Knip of zaag dan slechts enkele takken tot aan een hoofdtak of stam weg om meer licht in de kroon te verkrijgen. Indien je nog niet vaak hebt gesnoeid is het verstandig om hier een Hovenier of boomverzorger voor in te huren.

Combineren met
Viburnum tinus (Sneeuwbal)
Cornus alba (Kornoelje)
Camelia

Bomen

Laburnum (Gouden regen)

De Laburnum met de zeer toepasselijke Nederlandse naam Gouden regen is een bladverliezende heester of kleine boom. Heb je een niet al te grote tuin en is geel je lievelingskleur dan zal deze zeer rijk bloeiende kleine boom je zeker niet teleurstellen. Laburnum doet het vrijwel op alle grondsoorten mits de boden maar niet te nat is en de Laburnum op een plaats staat waar voldoende zonlicht toe kan treden. De Laburnum bloeit, van mei tot en met juni, met Lathyrusachtige gele bloemen aan hangende trossen die wel 25cm lang kunnen zijn. Het blad van de Laburnum is elliptisch drietallig en lang gesteeld. De onderzijde is lichtbehaard en grijsgroen van kleur. De tot 7cm lange peulen zijn grijs behaard en worden na verloop van tijd bruin.

Laburnum is bijzonder giftig en wordt om deze reden dan ook niet aangeplant in plantsoenen. Zeker de gitzwarte zaden in de peulen van de Laburnum vormen een gevaar voor kinderen of dieren. Bloemen van de Laburnum bevatten 0,2% Cytisine, het blad 0,5% en de zaden maximaal 3%. Inname van ongeveer 50mg Cytisine is dodelijk door ademstilstand.

Snoeien
De Laburnum kan je het beste niet snoeien. Op de plaats waar, vooral grote takken, afgezaagd worden bestaat een kans op rotting. Op de foto zie je dat er een holte ontstaat waar regenwater in blijft staan wat uiteindelijk tot grote problemen zorgt. Toch kan je de jonge scheuten van de Laburnum vaak probleemloos wegsnoeien. De Engelsen doen niet anders met de vele loofgangen die het land rijk is. Ze planten jonge Laburnum bomen lang weerszijde van een oprit of voetpad en binden de dan nog flexibele takken langs metalen of houten constructies. In de nazomer worden de zijscheuten van de Laburnum getopt wat een stimulans is om nieuwe bloeischeuten aan te maken.

Populaire soorten
Laburnum alpinum: Deze Gouden regen heeft in juni heerlijk geurende bloemen. De alpinum is zeer winterhard en bereikt een hoogte van maximaal 7 meter.

Laburnum alpinum ‘Pendulum’: Deze Gouden regen heeft afhangende takken en wordt veel op een onderstam geënt waardoor hij uitermate geschikt is voor kleine voortuinen. De geurende bloemen bloeien in juni.

Laburnum anagyroides: Bloeit vroeger dan bovengenoemde en vaak ook iets langer (mei/juni). De bloemen geuren niet.

Laburnum watereri ‘Vossii’: Bekendste en meest gebruikte Gouden regen in Nederland. De bloemen geuren niet en bloeien in mei/juni.

Laburnocytisus adamii: Heel aparte hybride van de brem (Cytisus)en de Gouden regen (Laburnum). Deze soort wordt niet veel hoger dan 4 meter en bloeit met twee type bloemen in geel en roze tegelijk!. Deze plant is zeer geschikt om als solitair aan te planten.

Vermeerderen
Laburnum laat zich goed vermeerderen middels een winterstek.

Combineren met:
Lunaria
Brunnera (Kaukasische vergeet-mij-niet)
Allium

Bomen

Platanus (Plataan)

De Platanus met als Nederlandse naam Plataan is een boom die voor verschillende doeleinden aangeplant wordt. De Plataan wordt in zijn oorspronkelijke groeiwijze in Nederland en België, hoewel het geen smalle boom is, aangeplant als laanboom. De bladverliezende loofboom kan een hoogte bereiken van maar liefst 35 meter en kan goed tegen extreem verontreinigde lucht (Smog). De Plataan schijnt volgens verschillende onderzoekers de afvalstoffen via de schors af te stoten. Grote plakken schors vallen spontaan van de stam waardoor de stam van de Plataan een gevlekt uiterlijk heeft. Door de wittig, lichtgroen en lichtbruin gevlekte stam is de Plataan gemakkelijk te herkennen en is mij regelmatig gevraagd of de Boom ziek is. Ook het blad van de Plataan is opvallend genoeg om de boom hier in één oogopslag aan te herkennen. Het grote lichtgroene blad is handvormig ingesneden en hebben 3 tot 4 lobben, die spits toelopen en een getande bladrand hebben. En als je ondanks al deze kenmerken nog niet weet dat het hier om de Plataan gaat dan weet je het vast wel als je de bloeiwijze van de Plataan ziet. De plataan bloeit met bolletjes van ongeveer 3cm doorsnede die aan steeltjes van ongeveer 10cm hangen. De bolletjes kunnen zeer lang aan de boom blijven hangen.

Ziekten
De Plataan is gevoelig voor de schimmel Apiognomonia errabunda die ervoor zorgt dat het blad van de Plataan al in een vroeg stadium afvalt en kankerplekken op de scheuten zichtbaar worden. In de meeste gevallen zal de Plataan, die verder weinig last van de schimmel lijkt te hebben, vanzelf weer genezen. Slechts in enkele gevallen is het nodig de boom rigoureus in te snoeien om van de schimmel af te komen.

Populaire soorten
Platanus orientalis: De Nederlandse naam is Oosterse Plataan. Het diep ingesneden handvormige blad is lichtgroen van kleur. Deze Plataan is inheems in Zuidwest- Azië en Zuid-Europa waaruit je direct kan afleiden dat de plant warmte nodig heeft. In Nederland en België is deze Plataan op jonge leeftijd dan ook niet volledig winterhard. Eenmaal goed aangeslagen en gewent aan het koele klimaat van Nederland en België kan deze Plataan zeer oud worden.

Platanus acerifolia: De op dit moment (2007) meest gebruikte Plataan. Deze Plataan heeft zeer grote bladen die veel weg hebben van het blad van de Acer wat direct de tweede naam acerifolia verklaard. De langgesteelde bladeren zijn handvormig en kunnen wel 30cm groot zijn. Deze Plataan is een zeer snelle groeier die zich zeer goed kan hestellen na een extreme snoeibeurt.

Dakplataan en Leiplataan
Omdat de Plataan voor de gemiddelde tuin te groot is zal je deze boom daar daarom ook niet in zijn oorspronkelijke vorm aantreffen. Indien je ondanks een kleine tuin toch een mooie Plataan in de tuin wilt zetten dan kan je de Plataan leiden in een dakvorm (Dakplataan)of schermvorm (Leiplataan). Dakplataan en Leiplataan worden gevormd van de Platanus acerifolia die dit prima toelaat. Je zou kunnen overwegen om een jonge Platanus acerifolia te kopen en deze zelf te vormen in een dak of leivorm. Boomkwekers en tuincentra hebben echter goed naar de laatste tuintrends gekeken en bieden Platanen massaal aan in dakvorm en leivorm wat meestal goedkoper is dan zelf de Plataan in de gewenste vorm op te kweken. Kwekers leiden de takken meestal aan bamboe stokken soms met een metalen frame die je na een aantal jaren, als de takken dik genoeg zijn, verwijderd moeten worden omdat de kans op ingroeien aanwezig is. De eerste jaren zul je de takken aan de bamboestokken moeten binden. Doe dit nooit met ijzerdraad of touw maar gebruik altijd bindbuis.

Plataan als leivorm planten
Als je besloten hebt om een plataan als natuurlijk scherm aan te planten dan is het zaak alvorens je de bomen gaat planten enkele voorbereidingen te treffen zoals ik op onderstaande illustratie aangegeven heb. Koop palen met een lengte van 450cm en een doorsnede van ongeveer 12 tot 15 cm. Graaf een flink gat en plaats de palen in de grond zodat de palen ongeveer 300cm boven het maaiveld uitsteken en vul het gat aan met betonmortel. Plaats de palen zodat tussen de palen een ruimte van ongeveer 500cm overblijft. Als je slechts één boom plant heb je twee palen nodig bij twee bomen drie, bij drie bomen vier enz. Nu is het belangrijk alvorens je de draden gaat spannen de bomen te planten. Plant de bomen precies in het midden van twee palen. De afstand van de boom naar de paal is dan ongeveer 250cm. Plant de bomen op dezelfde diepte als ze bij de kweker geplant stonden. Als alle bomen geplant zijn kan je de draden bevestigen. Afhankelijk van het aantal zijtakken van de bomen kan je bepalen hoeveel draden je spant. Gebruik om de draden goed strak te krijgen draadspanners. Zet nu boompalen bij de Plataan en bevestig ze met boomband aan de stam. Nu dit gedaan is kan je de takken van de Plataan aan de gespannen draden binden. Gebruik daarvoor altijd bindbuis.

Plataan snoeien
De manier om een Plataan te snoeien is afhankelijk van de functie die de Plataan heeft.
De Plataan in zijn oorspronkelijke vorm wordt over het algemeen niet tot nauwelijks gesnoeid. Alleen in de eerste jaren zal de kweker alle zijtakken tot een hoogte van ongeveer 300cm verwijderen. De kroon van de boom zal dus op een hoogte van 300cm gevormd worden. De beste tijd voor deze snoeibeurt is de herfst tot het vroege voorjaar.

Een Plataan die een te grote kroon heeft verkregen zal uitgelicht kunnen worden. Het uitlichten van de kroon is bijna hetzelfde als een verjongingssnoei die bij heesters toegepast wordt. Het uitlichten is een karwij waar ervaring en specialistisch gereedschap voor nodig is. Je kan dit het beste overlaten aan een Hovenier of boomverzorger. Indien de kroon van de Plataan zo groot is geworden dat uitlichten niet het gewenste resultaat op zal leveren dan is kandelaren bij de Plataan mogelijk. Kandelaren is ongeveer gelijk aan het knotten van een boom en ook hiervoor geld dat professionele hulp inroepen geen overbodige luxe is.

Dak en leiplatanen dienen minstens één keer per jaar gesnoeid te worden. De beste periode is in het najaar als het blad van de Plataan is gevallen. Snoei alle zijtakken van de hoofdtakken weg tot ongeveer 0,5cm. Dit is ook het moment om de Plataan weer aan te binden met bindbuis. De toppen van de hoofdtakken kort je in tot waar je deze wilt hebben. Indien de hoofdtakken nog niet de juiste lengte bereikt hebben snoei je ze toch iets terug om een mooie dikke hoofdtak te verkrijgen. Een al wat oudere dakplataan kan midden in de zomer al zo hard gegroeid zijn dat de gewenste dakvorm ver te zoeken is. Je kan dan midden in de zomer de plataan terugknippen tot 5 à 10 cm vanaf de hoofdtakken zoals ik in de film voordoe. Negeer de boeken en internet waar vaak beschreven staat dat de Plataan slechts gesnoeid kan worden als het blad gevallen is. Ik ben een praktijkmens die deze wijze van snoeien al 16 jaar toepast bij verschillende klanten. In al deze jaren zijn er door deze manier van snoeien geen problemen opgetreden!

Combineren met
Rubus
Syringa
Styrax

Bomen

Metasequoia glyptostroboides (Watercypres)

De Nederlandse naam Watercypres is gelukkig een stuk makkelijker dan de Latijnse naam Metasequoia glyptostroboides. De Metasequoia was geheel uitgestorven, tenminste dat dacht men, vlak voor de tweede wereldoorlog ontdekte ze dat er in het westen van China nog enkele exemplaren groeiden. Vele jaren later is de Metasequoia over alle werelddelen verspreid door zaad maar ook door stek. De Metasequoia houdt van natte zomers die in ons land helaas maar al te vaak voorkomen. Metasequoia is één van de weinige coniferen die het loof in de winter verliezen. Het naaldvormige blad kleurt in de herfst eerst goudkleurig en later bruin waardoor de boom erg opvalt. In het voorjaar vormt de Metasequoia weer nieuw loof aan de oranjerode twijgen. Metasequoia bereikt in Nederland en België een hoogte van ongeveer 35 meter en heeft een slanke kegelvorm. Metasequoia is een probleemloze boom die niet gevoelig is voor ziekten en vrij snel groeit.

Snoeien
Indien de Metasequoia glyptostroboides op de juiste open plaats is aangeplant dan is snoei niet nodig. Het snoeien van een Metasequoia is een rechtstreekse aanval op de habitus en dus niet aan te bevelen. Eventuele dubbele top of harttak niet wegsnoeien dit is juist karakteristiek voor de Metasequoia.

Metasequoia als haag
Steeds vaker zie je dat men de Metasequoia aanplant als haag. Je kan de conifeer dan het beste in juni/juli snoeien maar wacht op een bewolkte week om deze klus uit te voeren. Een haag van Metasequoia plant je door een geul te graven en, afhankelijk van de maat, een plantafstand van veertig cm aan te houden.

Vermeerderen
Metasequoia laat zich over het algemeen prima vermeerderen middels winterstek.

Combineren met
Myrica
Betulanana
Ledum

Bamboe en (sier) Grassen

Fargesia (bamboe)

Fargesia is één van de meest ideale bamboes voor in een tuin, balkon of dakterras. Deze bamboe zal niet woekeren in uw tuin daar het een polvormende bamboe is. De Fargesia is bij vele beter bekend als Arundinaria wat de oude benaming is. De groep Fargesia bestaat uit ongeveer 80 soorten waarvan er voor ons klimaat ongeveer 30 geschikt zijn. Je kan zelfs de Fargesia aanplanten als een haag. De Fargesia kan je het beste planten in vochtige licht zure grond. Een groot misverstand is dat je aan een bamboe kan zien wanneer de tuin water nodig heeft. Vaak hoor ik ‘als het blad van de bamboe krult dan is de aarde te droog’. Dit is echter niet het geval. Bij zeer warm weer krult de bamboe zijn blad altijd op om verdere verdamping te voorkomen ook als de aarde vochtig genoeg is.

Snoeien Fargesia:
Voor het beste resultaat knip je met een snoei of takkenschaar een aantal dikke en dunne takken tot op de grond toe af. Kies voor takken aan zowel de buiten als de binnenkant (uitdunnen). Op deze manier krijg je het mooiste resultaat. Meestal worden enkel de buitenste takken van de Bamboe gesnoeid. Het hart van de plant zal na verloop van jaren verouderen waar de Bamboe niet mooier op zal worden. Indien de Fargesia aangeplant is als haag dan kan je deze met een heggenschaar terugsnoeien. De beste tijd om Bamboe te snoeien is maart/april.

Enkele veelgebruikte soorten Fargesia
Fargesia nitida: Een bij uitstek geschikte fargesia soort die luchtig is door de stammen van verschillende hoogte. De Fargesia nitida doet het in tegenstelling tot vele anderen uitstekend op schaduwrijke plaatsen. De stammen (internodiën) zijn zwart van kleur wat voor vele een absolute meerwaarde heeft.

Fargesia robusta: Zeer imposante bamboe die een hoogte bereikt van maar liefst 6 meter. Het nog jonge blad van deze bamboe is groen van kleur maar naar verloop van tijd zal dit goudgeel kleuren.
 
Fargesia murieliae: Deze bamboe zal een hoogte bereiken van ongeveer 300cm. Indien de plant te breed wordt kan je wat van de pol afsteken. Door de geringe hoogte en polvorming is deze soort zeer geschikt voor in bloembakken. Bij zeer strenge winters wil het gebeuren dat de bamboe al zijn blad laat vallen. In het voorjaar loopt dit echter weer terug uit.

Wil je echt iets aparts in de tuin? Plant de Fargesia murieliae ‘Jumbo’ dan aan als een haag. Je kan deze dan met de heggenschaar snoeien zoals bijvoorbeeld een laurier haag.

Vermeerderen
Fargesia kan je het makkelijkste vermeerderen middels scheuren.

Combineren met
Hosta
Aster

Bamboe en (sier) Grassen

Phyllostachys (bamboe)

Indien je een echte grote bamboe met dikke stamvorming wenst dan is de Phyllostachys de meest geschikte soort. Phyllostachys is in vele soorten en variëteiten verkrijgbaar. De meeste Phyllostachys soorten breiden zich snel uit met worteluitlopers (rhizomen) wat veel tuinliefhebbers doet besluiten geen bamboe aan te schaffen. Dat is jammer daar er een prima methode is dit te voorkomen. De Rhizomen zijn zo scherp dan ze zelfs door EPDM vijverfolie heen dringen dit lukt verder geen enkele plant of boom! Ook de Phyllostachys soorten zijn in de winter groen ze verliezen hooguit een deel van de bladeren (ruien).

Enkele veel gebruikte Phyllostachys
Phyllostachys aurea: Deze Phyllostachys kan een hoogte bereiken tot ongeveer tweeënhalve meter. De jonge scheuten zijn eetbaar en deze Phyllostachys is bijzonder geschikt voor aanplant als haag of in een kuip. De stammen van deze bamboe zijn geel van kleur.

Phyllostachys Nigra: Misschien wel de meest geliefde Phyllostachys. Deze heeft namelijk zwarte stammen. Schrik niet als de jonge plant uitloopt met groene stammen. Dit is normaal en deze zullen het tweede jaar zwart kleuren. Plant deze bamboe aan als solitair en hou rekening met een maximale hoogte van maar liefst 6 meter.

Phyllostachys decora: Mooie frisse soort die tot maximaal 5 meter hoog zal worden. De Phyllostachys decora kan goed schaduw verdragen en is aan te planten als haag.

Bamboe snoeien
Voor het beste resultaat knip je, in maart/april, met een snoei of takkenschaar een aantal dikke en dunne takken tot op de grond toe af. Kies voor takken aan zowel de buiten als de binnenkant (uitdunnen). Op deze manier krijg je het mooiste resultaat. Meestal worden enkel de buitenste takken van de Bamboe gesnoeid. Het hart van de plant zal na verloop van jaren verouderen waar de Bamboe niet mooier op zal worden.

Vermeerderen
Phyllostachys is het makkelijkst te vermeerderen door een stuk van de plant af te snijden of steken.

Combineren met
Fallopia sachaliensis
Silphium perfoliatum
Leptinella

Bamboe en (sier) Grassen

Sasa (Bamboe)

Pas bij de aanplant goed op met de Sasa soorten. Deze betrekkelijk klein blijvende bamboes lopen uit middels worteluitlopers (rhizomen). In kleine tuinen zijn ze enkel geschikt indien geplant in een bloembak wat een verrassend resultaat oplevert. In de wat grotere tuin raad ik aan om met een wortelbegrenzer aan de slag te gaan om ongewenst woekergedrag te voorkomen. Met deze maatregelen is het een zeer leuke tuinplant waar je goed mee kan variëren.

Enkele goede soorten voor in de tuin

Sasa veitchii: Is met zijn bonte blad een echte blikvanger in uw tuin. In de herfst kleuren de bladranden van het grote blad naar papierwit. De Bamboe doet dit om zich te beschermen tegen eventuele vorstperiodes (indrogingsproces). Sasa veitchii wordt niet hoger dan 75 cm. Erg mooi als solitair voor in niet al te grote tuinen en veel gebruikt in Japanse tuinen.

Sasa veitchii ‘minor’: Kan je gebruiken als bodembedekker die niet hoger zal worden dan 40 cm. Sasa is goed winterhard en plant je het beste in de zon of halfschaduw. Er leuke plant als vakbeplanting die maar weinig bekend is.

Sasa kurilensis: Zeer winterharde Bamboe die niet veel hoger zal worden dan 130cm. Deze soort wordt veelvuldig aangeplant op geluidswallen daar de wortels van deze Bamboe de aarde goed vast zullen houden. Mooie golvende bladeren.

Sasa tsuboiana: Goede middelgrote Bamboe met glanzende bladeren van ongeveer 23cm lang en 6cm breed. Zeer dichte volle plant die een maximale hoogte zal bereiken van ongeveer 100cm. Regelmatig terugsnoeien zorgd voor en meer frisse gedrongen Bamboe.

Sasa nebulosa: In het Nederlands vaak Gevlekte palmbamboe genoemd. Zeer sterk groeier waar je absoluut met wortelbegrenzers moet werken als je dze Bamboe niet door de hele tuin wilt hebben. Door de bijzondere waaiervormige bladeren en zwart gevlekte halmen is deze soort wel zeer de moeite waard. Deze Bamboe zal een hoogte bereiken van ongeveer 130cm.

Sasa snoeien
De beste manier om Sasa te snoeien is door ze om de 3/4 jaar in zijn geheel terug te knippen tot aan de grond. De Sasa zal dan weer mooi fris terugkomen. Doe dit in maart/april.

Vermeerderen
Sasa kan je het beste vermeerderen door een stuk van de plant af te snijden of steken.

Combineren met
Miscanthus
Fargesia

Bamboe en (sier) Grassen

Pennisetum alopecuroides (Lampenpoetsersgras)

Pennisetum met de Nederlandse naam Lampenpoetsersgras is één van mijn favoriete siergrassen die ik zeer veel aanplant in de door mij aangelegde tuinen. Siergrassen passen ook erg goed bij de tuinen van nu. Pennisetum is een polvormende siergras die zowel solitair als in groepen kan worden aangeplant. De meest gebruikte is de Pennisetum alopecuroides die voorheen Pennisetum compressum werd genoemd. De Pennisetum alopecuroides is een siergras met bronsgroen blad die grote pollen vormt en ongeveer 90cm hoog wordt. Vanaf augustus tot en met oktober bloeit deze soort zeer uitbundig. De Pennisetum alopecuroides stelt weinig eisen aan de grondsoort en verlangt een plaats in de zon of halfschaduw. Voor de kleinere tuinen of in bloembakken is er de Pennisetum alopecuroides ‘Little Bunny’ die prachtig te combineren is met kleine Hosta’s.

Vermeerderen
Vermeerderen van Pennisetum doe je middels scheuren. Normaal wacht je met het scheuren van Pennisetum totdat het hart van de plant kaal begint te worden.

Combineren met

  • Nepeta (Kattenkruid)
  • Sierdistel
  • Pijpestrootje (Molinia)
  • Miscanthus
  • Pimpernel
Latijnse naam: Pennisetum alopecuroidesStandplaats licht: Zon/halfschaduw
Nederlandse naam: LampenpoetsersgrasStandplaats vocht: Geen voorkeur
Plantgroep: SiergrassenGrondsoort: Geen voorkeur/humusrijk
Bloemkleur: BronsgroenWintergroen: Ja
Bloei: Augustus/oktoberWinterhard: Ja
Planthoogte: 90cmAantal per M²: 3 tot 5