Gazon onderhoud

Onkruid in het gazon

Onkruiden in het gazon zijn net zoals mos in het gazon voor de één een doorn in het oog en voor de ander een natuurlijk verschijnsel. Vooral bezitters van een siergazon zijn ten einde raad wanneer onkruid de kop op steekt in het gazon.

Onkruid_gazon_0001-2

Onkruid in een nieuw aangelegd gazon
Wanneer je een nieuw gazon hebt aangelegd van graszoden zal je de eerste tijd niet tot nauwelijks last hebben van onkruiden. Goede graszodenkwekers leveren nagenoeg onkruidvrije graszoden. Bij pas ingezaaide gazons is het normaal dat er binnen afzienbare tijd onkruiden opkomen. Maak je daar ook niet te druk om. Het voortijdig verwijderen van onkruid in een pas ingezaaid gazon richt over het algemeen meer schade aan dan dat het goed doet. Daarbij zullen de meeste onkruiden die in een pas ingezaaid gazon opkomen vanzelf weer verdwijnen doordat deze niet tegen maaien kunnen. De overige onkruiden kan je het beste verwijderen als het pas ingezaaide gazon sterk genoeg is om te betreden. Je kunt dan het beste na verwijdering van het onkruid de kale plek in het gazon direct weer inzaaien om herhaling te voorkomen. Onderstaand onkruiden die veel in een pas ingezaaid gazon voorkomen maar weer verdwijnen door te maaien zijn o.a.

  • Bromus Hordeaceus (Zachte Dravik)
  • Elytrigia Repens, syn. Elymus repens en Agropyron
  • repens (Kweek of Kweekgras)
  • Holcus Mollis (Zachte witbol)
  • Poa Annua (Straatgras)
  • Setaria Viridis (Naaldaar)
  • Digitaria Sanguinalis, syn. Panicum sanguinale L. (Harig vingergras of bloedgierst)
Onkruid_gazon_0002-1

Onkruid in een bestaand gazon bestrijden
Indien het een niet al te groot gazon betreft en de onkruiden nog niet de overhand hebben kan je onkruid in het gazon het beste bestrijden door deze er uit te wieden. Als je dit met regelmaat doet is dit een zeer ontspannen werkje. Let wel op dat je de gehele wortel bij met name wortelonkruiden verwijderd. Indien het een groot gazon betreft die al vol met onkruid zit kan je ondanks dat ik hier geen voorstander van ben het gazon bespuiten met een chemisch bestrijdingsmiddel. Er zijn speciale selectieve bestrijdingsmiddelen in de handel die tweezaadlobbigen dood en eenzaadlobbige laat leven. Deze bestrijdingsmiddelen bevatten groeihormonen die ervoor zorgen dat tweezaadlobbigen onkruiden zo hard gaan groeien dat ze uitgeput raken en uiteindelijk afsterven. Het komt dan ook regelmatig voor dat klanten waar wij het gazon tegen onkruiden bespoten hebben binnen enkele dagen opbellen met de opmerking dat het alleen maar erger wordt. Dit is voor mij het teken dat de spuitstof zijn werk gedaan heeft. Binnen twee weken zal al het onkruid verwelkt zijn. Het spuiten van een onkruidbestrijdingsmiddel doe je alleen bij windstil en bewolkt weer en wanneer er de komende 24 uur geen regen van betekenis verwacht wordt. De beste tijd om te spuiten is medio mei.

Indien je de keuze maakt om onkruid in het gazon te bestrijden met een chemisch bestrijdingsmiddel dient het gazon minstens 1 jaar oud te zijn.

Veel voorkomende onkruiden in een gazon

  • Veronica filiformis (Draad ereprijs)
  • Bellis perennis (Madeliefje)
  • Cerastium holosteoides (Hoornbloem)
  • Prunella vulgaris (Brunel)
  • Taraxacum officinale (Paardenbloem)
  • Capsella bursa-pastoris (Herderstasje)
  • Trifolium dubium (Kleine klaver)
  • Trifolium repens (Witte klaver)
  • Medicago lupulina (Hopklaver)
  • Plantago lanceolata (Smalle weegbree)
  • Plantago major (Brede of grote weegbree)
  • Plantago media (Ruige weegbree)
  • Hypochaeris radicata (Biggekruid)
  • Hieracium pilosella) Muizeoor
  • Glechoma hederaceae (Hondsdraf)
  • Potentilla anserina (Zilverschoon)
  • Ranunculus bulbosus (Knol boterbloem)
  • Ranunculus acer (Scherpe boterbloem)
  • Ranunculus repens (Kruipende boterbloem)
  • Ranunculus ficaria (Speenkruid)
  • Rumex acetosa (Veldzuring)
  • Rumex obtusifolius (Ridderzuring)
  • Rumex acetosella (Schapenzuring)
  • Sagina procumbens (Liggend vetmuur)
  • Cirsium arvense (Akkerdistel)
  • Ongewenste grassen in het gazon zijn
  • Holcus Lanatus (Gewone witbol)
  • Holcus Mollis (Zachte witbol)
  • Poa Annua (Straatgras)
  • Elytrigia Repens (Kweek)

Indien je de onkruiden in het gazon bespuit met een chemisch bestrijdingsmiddel maai dan 7 dagen voor en 7 dagen na de behandeling het gazon niet.

Onkruidbestrijding

Wortelonkruiden bestrijden

Wortelonkruiden zijn de hardnekkigste onkruiden in de tuin. Helaas worden wortelonkruiden nog al eens op een verkeerde manier bestreden. Veel mensen pakken bij het zien van onkruid direct de schoffel. Schoffelen tegen wortelonkruiden werk averechts! Door het schoffelen zullen de worteluitlopers van de wortelonkruiden beschadigen en zich verder verspreiden in de tuin. Schoffelen tegen wortelonkruiden staat dus gelijk aan vermeerderen!

Wortelonkruiden wieden op kale stukken grond
Ook het wieden van wortelonkruiden zal geen makkelijke klus zijn. Zodra je aan een wortelonkruid trekt zal het loof afbreken en de wortels of een gedeelte daarvan in de grond achterblijven. Gevolg is weer hetzelfde als bij schoffelen. Er is een manier van wieden wat wel goed werkt bij het gevecht tegen wortelonkruiden. Dit noemen we uitpuinen. Om de border uit te puinen maken we gebruik van een greep of riek. Steek de greep of riek in de grond en beweeg deze met een schokkerige beweging weer naar boven. De wortels zullen door het loswerken van de aarde naar de oppervlakte komen waardoor je ze makkelijk met de hand kan verwijderen. Op deze manier heb je de meeste kans dat je alle wortels te pakken krijgt. Uitpuinen werkt goed op stukken grond waar geen of weinig beplanting aanwezig is.

Wortelonkruiden_bestrijden_0001-1

Wortelonkruiden bestrijden in vaste plantenborder
Indien je het al zover hebt laten komen dat de wortels van de wortelonkruiden in/door het wortelgestel van gewenste beplanting groeien zul je wat geduld moeten hebben. Wortelonkruiden laten zich in deze situatie niet gemakkelijk verwijderen. Toch zijn er twee manieren om ook nu de wortelonkruiden weg te krijgen zonder de beplanting weg te gooien.

Manier 1
Manier 1 pas je toe als er wel wortelonkruiden in de border groeien maar nog niet overwoekeren. In dit geval kan je de meeste, indien er ruimte genoeg is, wortelonkruiden uitpuinen (zoals hierboven beschreven). Het is een secuur werkje om tussen de vaste planten uit te puinen maar het werkt goed. De wortelonkruiden die in/door het wortelgestel van de vaste planten groeien laat je zitten. Verwijder in geen geval het loof van de wortelonkruiden. Het loof (blad) smeer je in met een kwastje met Roundup. Na de behandeling met Roundup duurt het ongeveer twee weken voordat je de wortelonkruiden ziet verwelken. Roundup is namelijk een bestrijdingsmiddel die opgenomen wordt door de gehele plant zodat ook het wortelgestel af zal sterven.

Manier 2
Manier twee pas je toe als het lijkt dat er geen redden meer aan is. Schep in het najaar alle vaste planten uit de border waar de wortelonkruiden zich bevinden. De vaste planten scheur je. Tijdens het scheuren van de vaste planten verwijder je de wortels van de wortelonkruiden. De delen van de vaste planten die je straks weer terug wilt zetten geef je een tijdelijk onderkomen. Dit kan zijn een opkuilhoek of in een paar cement kuipen. Dit doe je om twee redenen. Ten eerste kan je zo goed in de gaten houden of er nog resten van wortelonkruiden in het wortelgestel van de vaste planten aanwezig zijn en ten tweede geeft dat de tijd om het stuk border waar de wortelonkruiden zich bevinden eens goed op te schonen. Zelf ben ik een groot voorstander om deze klus zonder chemische middelen uit te voeren. Dat wordt dus uitpuinen van de border zoals hierboven beschreven. Wacht een drietal weken met het terugplaatsen van de vaste planten die je een tijdelijk onderkomen hebt gegeven. Eventuele resten wortelonkruid die in deze tijd opkomen kan je dan verwijderen. Pas als je zeker weet dat er geen wortelonkruiden meer aanwezig zijn plant je de vaste planten weer uit in de border. Dit is een uitgelezen kans direct de border te voorzien van goede tuinaarde/bemesting.

Wortelonkruiden tussen verharding of half verharding bestrijden
Indien er tussen de bestrating of grindpaden wortelonkruiden groeien is het grijpen naar chemische middelen bijna onoverkomelijk. Er is echter nog één manier om van de lastige wortelonkruiden af te komen op verhardingen of half verhardingen. Je dient de wortelonkruiden dan uit te putten. Dit is wel een werkje waarbij je geduld moet hebben maar dat het werkt is zeker. Trek telkens als je ook maar het kleinste stukje blad van de wortelonkruiden op ziet komen deze weg. Na verloop van tijd zal je zien dat de wortelonkruiden het op zullen geven. Indien het om grote stukken bestrating/grind gaat is dit bijna niet meer te doen en is het kiezen voor een chemisch bestrijdingsmiddel de beste. Kies voor een bestrijdingsmiddel die opgenomen wordt door de plant zodat ook de wortels zullen afsterven.

Wortelonkruiden_bestrijden_0002-3
Onkruidbestrijding

Onkruid in het gras

Onkruiden in het gazon zijn net zoals mos in het gazon voor de één een doorn in het oog en voor de ander een natuurlijk verschijnsel. Vooral bezitters van een siergazon zijn ten einde raad wanneer onkruid de kop op steekt in het gazon.

Onkruid_gazon_0001-3

Onkruid in een nieuw aangelegd gazon
Wanneer je een nieuw gazon hebt aangelegd van graszoden zal je de eerste tijd niet tot nauwelijks last hebben van onkruiden. Goede graszodenkwekers leveren nagenoeg onkruidvrije graszoden. Bij pas ingezaaide gazons is het normaal dat er binnen afzienbare tijd onkruiden opkomen. Maak je daar ook niet te druk om. Het voortijdig verwijderen van onkruid in een pas ingezaaid gazon richt over het algemeen meer schade aan dan dat het goed doet. Daarbij zullen de meeste onkruiden die in een pas ingezaaid gazon opkomen vanzelf weer verdwijnen doordat deze niet tegen maaien kunnen. De overige onkruiden kan je het beste verwijderen als het pas ingezaaide gazon sterk genoeg is om te betreden. Je kunt dan het beste na verwijdering van het onkruid de kale plek in het gazon direct weer inzaaien om herhaling te voorkomen. Onderstaand onkruiden die veel in een pas ingezaaid gazon voorkomen maar weer verdwijnen door te maaien zijn o.a.

  • Bromus Hordeaceus (Zachte Dravik)
  • Elytrigia Repens, syn. Elymus repens en Agropyron repens (Kweek of Kweekgras)
  • Holcus Mollis (Zachte witbol)
  • Poa Annua (Straatgras)
  • Setaria Viridis (Naaldaar)
  • Digitaria Sanguinalis, syn. Panicum sanguinale L. (Harig vingergras of bloedgierst)
Onkruid_gazon_0002-2

Onkruid in een bestaand gazon bestrijden
Indien het een niet al te groot gazon betreft en de onkruiden nog niet de overhand hebben kan je onkruid in het gazon het beste bestrijden door deze er uit te wieden. Als je dit met regelmaat doet is dit een zeer ontspannen werkje. Let wel op dat je de gehele wortel bij met name wortelonkruiden verwijderd. Indien het een groot gazon betreft die al vol met onkruid zit kan je ondanks dat ik hier geen voorstander van ben het gazon bespuiten met een chemisch bestrijdingsmiddel. Er zijn speciale selectieve bestrijdingsmiddelen in de handel die tweezaadlobbigen dood en eenzaadlobbige laat leven. Deze bestrijdingsmiddelen bevatten groeihormonen die ervoor zorgen dat tweezaadlobbigen onkruiden zo hard gaan groeien dat ze uitgeput raken en uiteindelijk afsterven. Het komt dan ook regelmatig voor dat klanten waar wij het gazon tegen onkruiden bespoten hebben binnen enkele dagen opbellen met de opmerking dat het alleen maar erger wordt. Dit is voor mij het teken dat de spuitstof zijn werk gedaan heeft. Binnen twee weken zal al het onkruid verwelkt zijn. Het spuiten van een onkruidbestrijdingsmiddel doe je alleen bij windstil en bewolkt weer en wanneer er de komende 24 uur geen regen van betekenis verwacht wordt. De beste tijd om te spuiten is medio mei.

Indien je de keuze maakt om onkruid in het gazon te bestrijden met een chemisch bestrijdingsmiddel dient het gazon minstens 1 jaar oud te zijn.

Veel voorkomende onkruiden in een gazon

  • Veronica filiformis (Draad ereprijs)
  • Bellis perennis (Madeliefje)
  • Cerastium holosteoides (Hoornbloem)
  • Prunella vulgaris (Brunel)
  • Taraxacum officinale (Paardenbloem)
  • Capsella bursa-pastoris (Herderstasje)
  • Trifolium dubium (Kleine klaver)
  • Trifolium repens (Witte klaver)
  • Medicago lupulina (Hopklaver)
  • Plantago lanceolata (Smalle weegbree)
  • Plantago major (Brede of grote weegbree)
  • Plantago media (Ruige weegbree)
  • Hypochaeris radicata (Biggekruid)
  • Hieracium pilosella) Muizeoor
  • Glechoma hederaceae (Hondsdraf)
  • Potentilla anserina (Zilverschoon)
  • Ranunculus bulbosus (Knol boterbloem)
  • Ranunculus acer (Scherpe boterbloem)
  • Ranunculus repens (Kruipende boterbloem)
  • Ranunculus ficaria (Speenkruid)
  • Rumex acetosa (Veldzuring)
  • Rumex obtusifolius (Ridderzuring)
  • Rumex acetosella (Schapenzuring)
  • Sagina procumbens (Liggend vetmuur)
  • Cirsium arvense (Akkerdistel)

Ongewenste grassen in het gazon zijn o.a.

  • Holcus Lanatus (Gewone witbol)
  • Holcus Mollis (Zachte witbol)
  • Poa Annua (Straatgras)
  • Elytrigia Repens (Kweek)

Indien je de onkruiden in het gazon bespuit met een chemisch bestrijdingsmiddel maai dan 7 dagen voor en 7 dagen na de behandeling het gazon niet.

Onkruidbestrijding

Onkruid

Heb je het over de tuin dan komt al snel het onderwerp onkruid aan bod. Niet alleen het werk wat erbij komt kijken om een tuin onkruidvrij te maken maar ook de vraag wat is onkruid hoor ik maar al te vaak. Wie herkent de anekdotes nou niet die op vele verjaardagen ter sprake komen van manlief die zijn best had gedaan om de tuin onkruid vrij te maken maar wat later vaste planten bleken te zijn. Hiermee wordt al snel duidelijk dat wat voor de een onkruid is dit voor de ander niet zo hoeft te zijn. De definitie van onkruid luidt dan ook “Onkruid is een ongecultiveerd kruidachtig gewas die op een ongewenste plaats groeit”?.

Om onkruiden effectief te kunnen bestrijden dienen we eerst wat kennis op te doen van de soorten onkruid. Onkruid kan je in twee belangrijke groepen indelen nl. de wortelonkruiden en de zaadonkruiden.

Bekende Wortelonkruiden zijn

• Zevenblad of Hanepoot (Aegopodium podagraria)
• Kweek of Kweekgras (Elytrigia repens, syn. Elymus repens en Agropyron repens)
• Heermoes (Equisetum arvense)
• Zilverschoon (Potentilla anserina)
• Brandnetel (Urtica)
• Akkerdistel (Cirsium arvense)
• Ridderzuring (Rumex obtusifolius)
• Haagwinde (Convolvulus sepium)
• Adelaarsvaren (Pteridium aquilinium)
• Paardebloem (Taraxacum officinale)
• Stinkende gouwe (Chelidonium majus)
• Kruipende boterbloem (Ranunculus repens)
• Paardestaart (Equisetum arvense)

Bekende zaadonkruiden zijn
• Vogelmuur (Stellaria media)
• Melganzenvoet (Chenopodium album)
• Straatgras (Poa annua)
• Spiesmelde (Atriplex prostrata, syn. Atriplex hastata)
• Klein kruiskruid (Senecio vulgaris)
• Harig knopkruid (Galinsoga quadriradiata)
• Gewone melkdistel ((Sonchus oleraceus)
• Canadese fijnstraal (Erigeron canadensis)
• Kleine veldkers (Cardamine hirsuta)
• Kruiskruid (Senecio vulgaris)
• Tuinwolfsmelk (Euphorbia peplus)

Gazon onderhoud

Verticuteren

Verticuteren wordt zeer vaak verticuleren genoemd wat een verkeerde benaming is. Verticuteren doe je het liefst ieder jaar ongeacht of er mos in het gazon zichtbaar is. Verticuteren heeft namelijk niet alleen het doel om het mos uit een gazon te verwijderen maar ook dode grassprieten en zorgt er voor dat het gazon niet verstikt. Tevens is het zo dat ondanks dat je misschien geen mos ziet er toch mos in het gazon aanwezig is. Door het verticuteren eens per jaar, vanaf medio maart tot mei uit te voeren, voorkom je een hoop problemen.

Verticuteerhark of verticuteermachine
Indien het om een klein gazon gaat die geverticuteerd moet worden kan je een verticuteerhark gebruiken. Verticuteerharken zijn er in twee varianten, namelijk met of zonder wielen. Ik persoonlijk vind het werken met een verticuteerhark zeer zwaar werk en zal in bijna alle gevallen voor een verticuteermachine op stroom of met een motor kiezen. Tuincentra en verhuurbedrijven hebben bijna altijd een verticuteermachine te huur.

Verticuteren_gazon_0001-1

Voordat je gaat verticuteren
Het is verstandig om voordat je gaat verticuteren het mos te lijf te gaan met ijzersulfaat. Doe dit enkele dagen voordat er geverticuteerd gaat worden. Let goed op met ijzersulfaat daar deze lelijke roestvlekken kan veroorzaken op kleding, bestrating, auto’s en zelfs ramen. Deze vlekken zijn niet te verwijderen. Omdat ijzersulfaat meestal als fijn poeder verkocht wordt, is er bij een beetje wind het risico op deze vervelende vlekken groot. Dit is te voorkomen door de ijzersulfaat op te lossen in water. Voeg een halve kilo ijzersulfaat toe aan 10 liter water en besproei hiermee het gazon. Je hebt ongeveer 1 kilo ijzersulfaat op 20M² nodig. Eén gieter met 10 liter water en een halve kilo ijzersulfaat is dus goed voor 10M². Na de behandeling met ijzersulfaat zal het mos de volgende dag al dood zijn en donkerbruin tot zwart kleuren.

Verticuteren met een machine
Nu het mos dood is kan je het gazon gaan verticuteren. Heel belangrijk is de juiste afstelling van de verticuteermachine. Laat je niet wijsmaken dat na het verticuteren het gazon volledig zwart is. Dit is de oorzaak van onvoldoende kennis en een verkeerd afgestelde machine. Een verticuteermachine bestaat uit een stang waaraan een soort van lepeltjes bevestigd zijn. Het is de bedoeling dat deze ‘lepeltjes’ het gazon kammen. De lepeltjes moeten de grond net niet raken. Op deze manier ‘kam’ je al het mos en dode grasresten uit het gazon. Nu dien je voordat je voor een tweede maal gaat verticuteren het gazon af te harken. Meestal komt er heel wat afval naar boven. Dit afval niet op de composthoop gooien maar afvoeren daar dit afval zeer moeilijk verteerd en ijzersulfaat niet goed is in de composthoop. Na het afharken een tweede maal verticuteren. De looprichting dient nu haaks op de looprichting van de eerste maal te zijn. Vervolgens het gazon wederom afharken en maaien.

Verticuteren_gazon_0002-1

Na het verticuteren
Na het verticuteren dient het gazon doorgezaaid te worden. Het verticuteren heeft voor de nodige lege plekken in het gazon gezorgd die, indien deze niet direct worden ingezaaid, een ideale plaats zijn voor onkruiden of mos. Doorzaaien doe je op dezelfde wijze als inzaaien maar dan met ongeveer 2 kilo graszaad per 100M². Ook is het nu de meest geschikte tijd om het gazon te bemesten. Welke meststoffen en hoeveel je het beste kan gebruiken, kan ik (niemand!) je niet adviseren. Dit is enkel en alleen te bepalen aan de hand van een gedegen bodemonderzoek. Ditzelfde geldt voor het geven van kalk. Wist je dat teveel kalk net zo slecht is als te weinig kalk? Teveel kalk zorgt bijvoorbeeld voor een blokkering van de voedselopname. Laat je dus niet gek maken door de commercie die het uitschreeuwen kalk en meststoffen te kopen maar investeer in een gedegen bodemanalyse die veel geld en teleurstellingen kan besparen.

Tuinonderhoud tuinplanten

Vaste planten scheuren/delen

Om te beginnen is het zaak de vaste plant te kunnen onderscheiden van andere planten alvorens met het scheuren/delen te beginnen. Een vaste plant onderscheid zich van andere planten doordat ze in de winter bovengronds zullen afsterven. Onder de grond blijft de vaste plant gedurende winter in rust om vervolgens in het voorjaar met meerdere groeipunten weer tevoorschijn te komen.

Waarom vaste planten scheuren/delen
De meeste vaste planten groeien vanuit het midden van de plant in de loop der jaren steeds meer naar de buitenranden. Het midden van de vaste plant zal langzaam maar zeker uitgeput raken. Als je maar lang genoeg wacht met scheuren/delen zal je zien dat de vaste planten in het midden geen groei meer vertonen en de plant steeds verder afdwaalt van de plek waar hij oorspronkelijk geplant is.

Als je last hebt van wortelonkruiden en deze zich met hun wortelstokken in de kluit van de vaste planten hebben genesteld is het uitspitten en scheuren/delen een ideale manier om voor lange tijd van deze hinderlijke onkruiden af te komen. Tijdens het scheuren kan je alle wortelstokken van de wortelonkruiden verwijderen. Vergeet niet om, voordat je de vaste planten weer terugplant, de border uit te puinen.

Vaste planten kan je ook scheuren/delen puur en alleen om te vermeerderen. Normaal gesproken zal je, afhankelijk van de grote en soort vaste plant, van slechts één vaste plant tussen de 5 en 25 nieuwe planten kunnen maken.

Wanneer vaste planten scheuren/delen
Over het algemeen kan je stellen dat je vaste planten om de 6 jaar dient te scheuren/delen. Na 6 jaar is de grond in de border ook aan verversing toe. Als je nieuwe grond in de border wilt is het daarom handig om deze klus te combineren met het scheuren/delen van vaste planten. Wat de beste tijd is om te scheuren/delen daar zijn de meningen nogal verdeeld over. De één zweert bij het voorjaar (maart/april) en de ander weer bij het najaar (september/oktober). Eigenlijk kan niemand zeggen of het voorjaar of najaar beter of slechter is. Het is namelijk sterk afhankelijk van wat het weer doet. Het ene jaar zal het voorjaar dus beter zijn dan het najaar en andersom. Je moet een beetje geluk hebben. Persoonlijk scheur/deel ik het liefst de vaste planten in september. Dit heeft 2 voordelen:

De vaste planten zijn nog niet geheel bovengronds afgestorven wat het voordeel heeft dat je kan zien wat je doet. Als je om welke reden ook besluit om de vaste planten in het voorjaar te scheuren/delen maak dan in de zomer een foto van de border zodat je bij het scheuren/delen je geheugen weer kan opfrissen.

Vaste_planten_scheuren_delen_0004-1

Als je vaste planten in de nazomer scheurt zullen ze nog voor de winter voldoende wortels aanmaken. In het voorjaar kan de vaste plant zich dan concentreren op het maken van blad en bloemen. Als je toch in het voorjaar de vaste planten gaat scheuren zal de plant dus direct na het scheuren blad en bloemknoppen willen aanmaken. Dit kost de plant zoveel energie dat het herstel van de wortels langer op zich zal laten wachten. Je zult begrijpen dat als je nu een warme periode krijgt het voor de vaste plant erg moeilijk wordt te overleven. Indien je in het voorjaar gaat scheuren knip dan in ieder geval de bloemknoppen uit de plant zodat de plant zich bezig kan houden met de aanmaak van wortels.

Vaste_planten_scheuren_delen_0005-1

Hoe ga je te werk
1. Spit de gehele vaste plant uit de border. Als het om een groep van vaste planten van dezelfde soort gaat spit je deze allemaal uit de border. Het beste is om per soort vaste planten te werk te gaan zodat je niet in de war kan raken en volgend jaar geconfronteerd wordt met een “vreemde eend in de bijt”?.

2. Bekijk eerst goed waar de plant de krachtigste scheuten heeft. In verreweg de meeste gevallen zullen deze zich aan de buitenranden van de pol bevinden. Steek met een schop deze delen van de plant af. Gooi het hart van de vaste plant direct op de composthoop. Als grap wordt er aan leerling hoveniers altijd gezegd deze aan hun schoonmoeder te geven.
 
3. De overgebleven stukken kan je meestal met de hand uit elkaar scheuren. Lukt dit niet maak dan gebruik van een stevig mes. Maak planten van ongeveer gelijke grote en controleer steeds of de nieuwe plant beschikt over voldoende groeipunten.

4. Spit de border goed om en voeg nieuwe humusrijke aarde toe. Bemesten met gedroogde koemest of oude, verteerde stalmest kan je het beste achterwege laten. De planten zullen door deze makkelijk op te nemen voedingsstoffen op het laatst van het jaar te sappige scheuten vormen waardoor de kans op bevriezing toe zal nemen.

Tuinonderhoud tuinplanten

Verplanten van Heesters, coniferen en bomen

Heesters, coniferen en bomen laten zich door de regel prima verplanten mits er ruim van te voren voldoende aandacht aan besteed wordt. Het gaat meestal mis als men van de ene op de andere dag besluit deze klus te klaren en de schop ter hand neemt. Wat vast staat is dat de beste periode de periode is wanneer de boom, heester of conifeer in rust is. Bij heesters en bomen is dit gemakkelijk te constateren daar die het blad laten vallen. Coniferen blijven groen dus is extra oppassen gewenst. Als stelregel kan je nemen dat je coniferen alleen verplant als bomen en heesters hun blad hebben laten vallen en de temperaturen laag zijn. Meestal zal dit rond half november zijn.

Wanneer kan je problemen verwachten?
Verplanten lukt het beste als de te verplanten plant een mooie kluit heeft. Of de heester, conifeer of boom een mooie kluit heeft kunnen we van te voren niet zien maar je kan het wel voorspellen. Planten die in de loop der jaren goed verzorgd zijn zullen over het algemeen makkelijker te verplanten zijn. Doordat de plant geen tekort aan water en voedingstoffen heeft gehad zijn de wortels niet op zoek gegaan naar deze belangrijke elementen en zal de plant een stuk minder diep geworteld zijn dan planten die het moeilijk gehad hebben. Ook de wind speelt een grote rol bij de ontwikkeling van de wortels. Vooral bij de wat hogere planten zie je dat deze een sterk ontwikkeld wortelgestel hebben op de plaats waar de wind vandaan komt wat het verplanten niet vergemakkelijkt.

Rondsteken van heesters, coniferen en bomen
Om de kans van slagen op succesvol verplanten aanzienlijk te laten stijgen is rondsteken gewenst. Bij heesters en kleine tot middelgrote coniferen is dit niets meer dan met een scherpe schop zo diep mogelijk rondom de stam van de plant te steken. Doe dit, als je de plant in het najaar wilt verplanten, de eerste helft half november en de tweede helft half januari tot half februari. Als norm hoe ver je van de stam moet rondsteken hou je minimaal de helft van de breedte van de kroonomvang van de plant aan. Bij het verplanten van bomen volstaat het rondsteken met een schop niet meer. Je dient dan een geul te graven om de stam van de boom heen. Ga verder hetzelfde ter werk als bij het rondsteken maar gooi de geul weer dicht met een mengsel van de uitgegraven aarde en nieuwe humusrijke aarde. Dit zal de aanmaak van de belangrijke haarwortels ten goede komen. De diepte van het wortelgestel van een boom kan je meten door de stamomtrek x 5. In het voorbeeld filmpje meet de stamomtrek 30cm wat dus inhoud dat de diepte van de kluit ongeveer 150cm is.

Snoeien
Het is verstandig om direct na het rondsteken de te verplanten boom, conifeer of heester te snoeien. Doordat je door het rondsteken de wortels beschadigd en/of gedeeltelijk verwijderd hebt kan de plant minder water opnemen waardoor een grotere kans op verdroging ontstaat. Door de plant nu te snoeien verklein je het verdampingsoppervlak zodat de juiste verhouding weer hersteld is. Snoeien doe je echter alleen als de te verplanten plant dit toelaat en in geen geval de habitus aantast.

Het nieuwe plantgat
Graaf op de nieuwe plaats van de plant een gat die tweemaal breder is dan de breedte van de kluit en een half keer dieper. Spit de bodem van het plantgat één steek om. Vul het plantgat aan met een mengsel van nieuwe humusrijke grond en de grond waar de te verplanten plant aan gewent is en zorg dat de aarde goed vochtig is.

Het verhuizen van de heester, conifeer of boom
Na het uitgraven van de conifeer, heester of boom is het verstandig de kluit in te pakken met gaaslinnen of jutten om het uit elkaar vallen van de kluit tijdens transport zo veel mogelijk te beperken. Gaaslinnen of jutten kan je kopen bij de plaatselijk boomkweker. Bij zware planten kan je ervoor kiezen de plant op een stuk zeil te zetten en op deze manier naar het nieuwe plantgat te trekken of , als u toch een stuk gaaslinnen of jutten bij de boomkweker haalt, een bomenkruiwagen te huren. Indien verplaatsen met een bomenkruiwagen zelfs niet lukt zit er niets anders op om een kraan te huren om deze klus te klaren. Zorg er in ieder geval voor dat u goed voorbereid bent zodat de te verplanten plant zo snel mogelijk in het nieuwe plantgat staat.

Het planten
Als de boom, conifeer of heester in het nieuwe plantgat staat controleer dan of deze op dezelfde diepte staat als in de oude situatie. Meestal kan je dit makkelijk herkennen aan het kleurverschil op de stam. Vul het plantgat goed aan met een mengsel van nieuwe humusrijk grond en grond uit het oude plantgat. Doe dit in 4 stappen. Je vult eerst het plantgat met een kwart en drukt de aarde goed aan vervolgens weer een kwart totdat de plant volledig aangevuld is. Op deze manier zal de plant mooi stevig staan.

Het is misschien vreemd maar houd er rekening mee dat wanneer u een boom verplant het wellicht nodig is om een kapvergunning bij de gemeente aan te vragen. Een kapvergunning heb je nodig als de omtrek van de stam, op 130cm hoogte gemeten, meer bedraagt dan 10cm. Ook als de boom in dezelfde tuin herplant wordt is een kapvergunning noodzakelijk. Echter in de meeste gevallen zal de gemeente hier soepel mee omgaan en al snel het groene licht voor de klus geven.

Tuinonderhoud tuinplanten

Afleggen (Vegetatief vermeerderen)

Planten vermeerderen kan heel makkelijk middels afleggen. Afleggen is één van de makkelijkste methoden om een plant te vermeerderen. Ook de slagingskans van afleggen is zeer groot en er is behalve een schop en een snoeischaar of mes geen specialistisch gereedschap voor nodig. Mensen met weinig kennis van planten en het vermeerderen daarvan raad ik aan te beginnen met deze leuke methode van vermeerderen. Ook voor kinderen is dit een leuke manier ze meer te betrekken bij de natuur.

Heesters afleggen
Een zeer groot aantal heesters kan je vermeerderen middels afleggen. Een goede tijd om heesters af te leggen zijn maart/april of augustus/september. Voor het afleggen gaan we op zoek naar een jonge krachtige scheut of tak die aan de buitenzijde van de heester groeit. Indien er in uw tuin geen heesters staan die over dit soort scheuten beschikken betekend dit niet dat u niet kan afleggen. Je kan de heester stimuleren om nieuwe jonge scheuten te zetten door de heester in te snoeien. Snoei dan een aantal takken aan de buitenzijde van de heester zo laag mogelijk weg zodat iets onder de snoeiwond een nieuwe scheut zal ontstaan. Volgend jaar kan u deze scheut gaan afleggen.

De jonge krachtige scheut dient ten minste drie bladeren en/of ogen te bezitten. De jonge krachtige scheut buig je voorzichtig naar beneden tot deze de grond raakt. Op de plaats waar de scheut de grond raakt beschadig je de bast met een scherp mes. Tevens snij je een kleine inkeping in de tak. Indien de inkeping niet vanzelf open blijft staan kan je een stukje van een luciferhoutje in de inkeping drukken. Buig nu de tak weer naar beneden en controleer of de plaats waar je zojuist de inkeping hebt gemaakt daadwerkelijk de grond raakt. Zet de tak goed vast met behulp van ijzerdraad in een U vorm gebogen en bedek de tak met een goede potgrond. Zorg ervoor dat de drie bladeren en/of knopen niet ingegraven zijn. Houd de komende periode de potgrond goed vochtig zodat de tak makkelijk wortel kan schieten. Om de wortelgroei extra te stimuleren kan je de top van de scheut, waar de drie bladeren en/of knoppen aan zitten, naar boven buigen en vastzetten met bijvoorbeeld een bamboe stokje. Nu is het afhankelijk van de soort heester en de oudheid van de tak die afgelegd is voordat deze wortel zal schieten. Door het takje voorzichtig te bewegen kan je erachter komen of deze al wortels heeft gemaakt. Pas als je zeker weet dat de afgelegde tak voldoende wortels heeft om te kunnen overleven knip je de tak los van de moederplant maar wacht hier ten minste 6 maanden mee. Na het afknippen laat je de afgelegde tak nog op dezelfde plaats staan zodat deze goed kan wennen aan de nieuwe situatie. Pas als de nieuwe plant het goed doet kan je hem voorzichtig verplanten.

Afleggen_vaste_plant_vegetief_vermeerderen_0001-1

Klimplanten afleggen
Ook klim of lijplanten kan je eenvoudig vermeerderen middels afleggen. Als basis hanteer je dezelfde werkwijze als heesters afleggen. Over het algemeen hebben klim en lijplanten zeer lange takken die je op meerdere punten tegelijk kan afleggen.

Heesters die geschikt zijn voor afleggen zijn o.a.

  • Aesculus parviflora (Herfstpaardekastanje)
  • Pieris Floribunda (Andromeda)
  • Arctostaphylos (Beredruif)
  • Aucuba (Broodboom)
  • Berberis (Zuurbes)
  • Buddleja (Vlinderstruik)
  • Calycanthus (Meloenboompje)
  • Chaenomeles (Dwergkwee)
  • Cornus (Kornoelje)
  • Corylopsis (Schijnhazelaar)
  • Cotinus (Pruikenboom)
  • Cotoneaster (Dwergmispel)
  • Elaeagnus (Olijfwilg)
  • Euonymus (Kardinaalshoed)
  • Hypericum (Hertshooi)
  • Kalmia (Lepelboom)
  • Kerria (Ranonkelstruik)
  • Kolkwitzia (Koninginnestruik)
  • Ligustrum (Liguster)
  • Magnolia (Beverboom)
  • Mahonia (Mahoniestruik)
  • Nothofagus
  • Potentilla (Ganzerik)
  • Prunus laurocerasus (Laurierstruik)
  • Pyracantha (Vuurdoorn)
  • Rhododendron
  • Rubus (Braam)
  • Salix (wilg)
  • Symphoricarpos (Sneeuwbes)
  • Vaccinium (Bosbes)
  • Viburnum (Sneeuwbal)
  • Weigelia

Vaste planten en half heesters die geschikt zijn voor afleggen zijn o.a.

  • Vinca (Maagdenpalm)
  • Pachysandra (Pachysandra)
  • Euonimus (Kardinaalshoed)
  • Lavandula (Lavendel)

Heide soorten die geschikt zijn voor afleggen zijn o.a.

  • Calluna (Struikheide)
  • Empetrum (Kraaiheide)
  • Erica (Dopheide)

Klimplanten geschikt die geschikt zijn voor afleggen zijn o.a.

  • Clematis (Clematis)
  • Hydrangea (Klimhortensia)
  • Hedera (Klimop)
  • Actinidia (Straalstempel)
  • Ampelopsis
  • Campsis (Trompetklimmer)
  • Celastrus (Boomwurger)
  • Fallopia (Duizendknoop)
  • Jasminum (Winterjasmijn)
  • Lonicera (Kamperfoelie)
  • Parthenocissus (Wilde wingerd)
  • Passiflora (Passiebloem)
  • Vitis (Druif)
  • Wisteria (Blauwe regen)
Tuinonderhoud tuinplanten

Druif stekken

Na het snoeien van de druif ben je direct de gelukkige eigenaar van een hoop snoeiafval. Je kan dit natuurlijk in de vuilcontainer of op de composthoop gooien maar je kan er ook makkelijk nieuwe druivenplanten van maken door het snoeiafval van de druif te gaan stekken. Zeker gezien dat de juiste stektijd samenvalt met de snoeiperiode die vanaf half december tot en met eind februari loopt.

  • Neem voor een goede stek een gezonde eenjarige potlooddikke scheut die verhout is en over één gezonde knop beschikt. Knip met een scherpe snoeischaar de stek één cm boven de knop recht af en knip de stek op ongeveer 7 cm onder de knop schuin af. Op deze manier heb je een stek van ongeveer 8 tot 10 cm lengte.
  • Direct nadat je de stek boven de knop recht hebt afgeknipt dompel je dit gedeelte even in de entwas om uitdroging en ziektes voor te zijn. Aan de onderkant van de stek beschadig je de bast heel licht door er met je nagel overheen te gaan.
  • Steek de stek in een stekbak of bloempot gevuld met goed aangedrukte stekgrond en zorg ervoor dat de knop ongeveer één cm boven de grond uitsteekt. Stekgrond maak je door 3 delen potgrond goed te mengen met één deel metselzand.
  • De bloempot of stekbak kan je gewoon op de vensterbank neerzetten maar zorg ervoor dat de aarde ongeveer 20°C is. Tevens dient u ervoor te zorgen dat er geen te felle zon op de stekken schijnt daar de kans op verbranding dan aanwezig is.
  • Je dient te zorgen dat de aarde goed vochtig blijft. Om dit te vergemakkelijken kan je ervoor kiezen om de bloempot af te dekken met een transparant plastic zakje of snij de onderkant van een kunststof fles van frisdrank af. Indien je besluit dit met een transparant plastic zakje te doen prik dan 4 saté prikkers in de bloempot en zorg dat het zakje daar op rust. Indien je liever gebruik maakt van een halve frisdrankfles dien je wel een aantal gaten in de fles te maken alvorens je deze op zijn kop over de stek plaatst.
  • Houdt goed in de gaten of de grond mooi vochtig blijft en of er geen delen zijn die gaan schimmelen. Zeker indien u de stekken hebt afgedekt kan dit problemen opleveren. Verwijder aangetaste delen met schimmel direct om uitbreiding te voorkomen.
  • Als de knop van de stek gaat uitlopen wil dit nog niet zeggen dat de stek reeds wortels heeft aangemaakt. De knop teert immers nog op de voeding die in de stek zelf aanwezig is. Wortelgroei zal pas na enkele weken optreden
  • Pas als de knop reeds veranderd is in lange scheuten kan je voorzichtig voelen of de stek wortel heeft gezet door er zachtjes tegenaan te duwen. Nu kan je, indien je daar gebruik van hebt gemaakt, het plastic zakje of halve fles verwijderen en langzaam beginnen de stekken af te harden alvorens ze in de tuin te zetten. Begin om op een rustige niet te koude voorjaarsdag de plantjes overdag een paar uurtjes buiten te zetten. Let nog wel goed op te felle zon.
  • Na 1 juni kan je de nieuwe al goed gewortelde druiven op een warme plaats in de tuin gaan planten. Je zult zien dat de verzorging van de stekken niet voor niets is geweest daar de druif al snel goed zal groeien en vruchten zal gaan dragen.
Tuinonderhoud tuinplanten

Aardbeien vermeerderen

Aardbeien vermeerderen
Aardbeien kan je op verschillende manieren vermeerderen. Eigenlijk vermeerderd de plant zichzelf middels afleggen. Het enigste wat je hoeft te doen is de jonge aflegger los te knippen van de moederplant en je hebt weer een nieuwe Aardbeienplant. Maar dan dien je natuurlijk al wel over één of meerdere Aardbeienplantjes te beschikken. Een meer tijdrovend alternatief is het zaaien van Aardbeien. Het nadeel van zaaien is dat je eigenlijk nooit helemaal zeker bent van wat het gaat worden. Dit is ook de reden dat Aardbeienzaad lange tijd niet tot moeilijk verkrijgbaar was. Inmiddels kunnen de zadenleveranciers zaden aanbieden die behoorlijk soortecht blijken te zijn. Het zaaien kan je gewoon op de vensterbank doen in een klein kweekbakje die je bij diverse tuincentra kan aanschaffen. Zaaien doe je het liefst vanaf februari tot maart. De plantjes zullen bij een temperatuur van 22°C na 4 tot 6 weken kiemen. Indien je na april zal zaaien dan is de kans op een oogst in hetzelfde jaar vrijwel nihil. Er zijn nogal wat meningsverschillen of je de zaden met een dun laagje aarde moet afdekken of niet. Wij boekte het beste resultaat met zaden die we niet afgedekt hebben. Indien de Aardbeienplantjes groot genoeg zijn om te verspenen dienen we zeer voorzichtig ter werk te gaan. De tere worteltjes van de Aardbeienplantjes kunnen gemakkelijk beschadigd raken. Zet de planten nu nog niet buiten doe dit pas als ze goed hersteld zijn van het verspenen. Als de plantjes goed blijven groeien en de buitentemperaturen gunstig zijn kan je langzaam beginnen met het afharden van de plantjes. Zet de Aardbeienplantjes niet van de ene op de andere dag buiten maar laat ze langzaam wennen aan de koudere buitenlucht. Eenmaal buiten zullen de Aardbeienplantjes gestaag doorgroeien en afhankelijk van de weersomstandigheden zo rond eind mei in de volle grond uitgeplant worden.

Aanleg bestrating

Voorbeelden legpatronen

Er zijn met slechts één maat steen zeer veel verschillende legpatronen te verzinnen. Onderstaand heb ik een aantal legpatronen geschetst om een idee te geven wat er allemaal mogelijk is met een waalformaat steen (20x5x8cm).

  Dit zijn zomaar een aantal legverbanden die je kan maken met dezelfde steensoort.

Aanleg bestrating

Terassen aanleggen in de tuin

Terrassen
Eén terras komt over het algemeen in iedere tuin voor. De meest logische plaats is een terras tegen de woning bij voorkeur in de buurt van de keuken. Bedenk wel dat indien dit een schaduwrijke plaats is, en je een zonaanbidder bent, het misschien verstandiger is om het terras toch op een andere plaats in de tuin te maken. Kijk dus eerst naar de ligging van de tuin, jouw persoonlijke voorkeuren en of het terras op een praktische plaats aangelegd wordt. Het is het beste om alvorens je een terras aanlegt een tuinontwerp te maken of te laten maken denk dan ook aan ongewenste inkijk van buren en wind.

Functie
Naast de beste plaats om een terras aan te leggen is de functie van belang. Je zal misschien denken dat dit bij ieder terras hetzelfde is maar niets is minder waar. Waar het ene terras geldt als hoofdterras geldt de ander voor een extra terras. Een hoofdterras dient een minimale afmeting te hebben van 4 x 4 meter. Een extra terras dient een minimale afmeting te hebben van 3 x 3 meter. Indien je een rond terras wilt aanleggen is het verstandig om voor de doorsnede voor het hoofdterras 425cm aan te houden en voor een extra terras 325cm.

Ondergrond/fundering
Voor alle bestrating geldt dat de ondergrond of fundering moet bestaan uit vulzand. Vulzand wordt ook wel ophoogzand of scherpzand genoemd. Uitzonderingen hier zijn extreem dunne stenen zoals natuursteen. Deze worden gelegd op een gestabiliseerd zandbed of in cement. Voor terrassen volstaat een aangetrild zandbed met een dikte van 20 cm. Niet alleen de ondergrond is belangrijk om verzakkingen te voorkomen, ook een juiste opsluiting van het straatwerk kan veel problemen voorkomen. Hiervoor zijn speciale opsluitbanden verkrijgbaar maar je kan dit ook middels een rollaag maken.

Afwatering
Zorg er voor dat een terras die je tegen de woning aanlegt altijd van de woning af afwatert. Het afschot dient 1 à 2 cm per strekkende meter te bedragen. Het regenwater stroomt dan van het huis af naar bijvoorbeeld de borders of gazon. Indien het hoogte verschil minder is dan 1 cm per strekkende meter straatwerk is het verstandig om een afvoerputje te maken.

Materiaal keuze
Een terras kan je eigenlijk van alle soorten bestrating maken. De minimale dikte van een steen voor gebruik in een tuinpad zonder extra voorzorgsmaatregelen zoals een gestabiliseerd zandbed bedraagt 4 cm. Houd er wel rekening mee dat een terras gemaakt van grillige stenen kan betekenen dat uw tuinameublement staat te wankelen.

Vlijen/afreien
Indien je voor stenen hebt gekozen die maatvast zijn (dezelfde dikte hebben) kan je het pad het beste leggen middels de vlij methode. Ook indien je gekozen hebt voor maatvaste tegels is de vlij methode mogelijk, wel dien je tijdens het leggen de tegels na te kloppen met een rubber hamer.