Heesters

Acer japonicum ‘Aconitifolium’ (Japanse esdoorn)

Hoewel bijna iedereen de Acer palmatum en Acer shirasawanum Japanse esdoorn noemt is de Acer japonicum ‘Aconitifolium’ de enige echte Japanse esdoorn. Het is een zeer langzame groeier die maximaal tussen de 5 en 15 cm per jaar groeit wat direct het prijskaartje verklaard. Zeker als je een wat groter exemplaar van de Acer japonicum ‘Aconitifolium’ wilt aanschaffen moet je diep in de buidel tasten. Maar als je het er voor over hebt dan zal deze bijzonder mooie Acer je zeker niet teleurstellen. Het heldergroene blad van de Acer japonicum ‘Aconitifolium’ is diep ingesneden en groeien aan de wat warrige takken die als het blad bij de eerste vorst gevallen zijn de hele winter een lust voor het oog zijn. De Acer japonicum ‘Aconitifolium’ komt het mooist tot zijn recht als je hem als solitair plant of als randbeplanting om de vijver maar pas wel op met te felle zon wat het mooie blad kan laten verbranden. De herfstkleur is werkelijk spectaculair te noemen. Het heldergroene blad kleurt dan naar dieprood. Plant de Acer japonicum ‘Aconitifolium’ vooral op kleigronden in voldoende humusrijke grond en pas op met kalk! 

Snoei
Het snoeien van de Acer japonicum ‘Aconitifolium’ is wat mij betreft een doodzonde! Je mag slechts de eventueel iets ingevroren takken terugknippen.

Combineren met
Vinca minor 
Pachysandra terminalis (Pachysandra)
Waldsteinia (Goudaardbei)

Latijnse naam: Acer japonicum ‘Aconitifolium’ Standplaats licht: Zon/Halfschaduw
Nederlandse naam: Japanse esdoornStandplaats vocht: Normaal
Plantgroep: Heester/struikGrondsoort: Humusrijk, geen kalk
Bloemkleur: PurperroodWintergroen: Nee
Bloei: Mei/juniWinterhard: Ja
Planthoogte: 500cm (na 80! jaar)Aantal per M²: 1
Heesters

Abeliophyllum distichum (Witte forsythia)

De Abeliophyllum distichum die in het Nederlands witte forsythia of sneeuwforsythia wordt genoemd is een zeer onbekende bladverliezende heester die wat mij betreft wel wat bekendheid verdiend. De Abeliophyllum distichum komt van nature voor in Korea en behoort tot de belangrijke groep van de Oleaceae. De twijgen lopen zwartpurper uit en zullen later lichter van kleur worden. Het blad is donker en glimmend zoals het blad van de Abelia wat direct de naam Abeliophyllum verraadt daar dit ‘Abelia-bladig’ betekent. Vanaf half maart bloeit de Abeliophyllum distichum, met op forsythia lijkende, wit/roze bloemen. De bloei loopt gewoonlijk tot eind april door. Naast de Abeliophyllum distichum is er de Abeliophyllum distichum ‘Roseum’ die roze bloemen heeft.

Snoei
Abeliophyllum distichum is een plant die je niet hoeft te snoeien. Eventueel kan je lang uitgroeiende twijgen inkorten maar let wel op dat de plant op overjarig hout bloeit. Te veel wegknippen zal dus betekenen dat u minstens één jaar bloemen moet missen.

Vermeerderen
De Abeliophyllum distichum kan je het beste vermeerderen middels zomerstek of afleggen.

Combineren met
Asarum
Aconitum (Monnikskap)
Rubus tricolor

Latijnse naam:Abeliophyllum distichum Standplaats licht:Zon/Halfschaduw
Nederlandse naam:Witte forsythiaStandplaats vocht:Normaal
Plantgroep:Heester/struikGrondsoort:Normaal
Bloemkleur:Wit/rozeWintergroen:Nee
Bloei:Maart/aprilWinterhard:Nee
Planthoogte:150cmAantal per M²:1
Heesters

Aucuba japonica ‘Variëgata’ (Broodboom)

Ben je op zoek naar een sterke plant die het op vrijwel alle standplaatsen doet dan is de Aucuba misschien wel de beste keuze. Deze groenblijvende heester groeit werkelijk waar alle andere planten het hebben opgegeven. Zon, schaduw of halfschaduw het kan bij de Aucuba allemaal. Zelfs op plaatsen met zware luchtverontreiniging of onder grote coniferen blijft deze plant groeien. De meest gebruikte soort is de Aucuba japonica ‘Variëgata’. Deze plant met bont blad is een sieraad voor uw tuin. In het vroege voorjaar draagt de Aucuba japonica ‘Variëgata’ rode bessen.

Snoei
De Aucuba laat zich goed snoeien. Snoei bij voorkeur met een snoeischaar. Snoeien met een heggenschaar zou betekenen dat de leerachtige bladeren door de midden geknipt worden wat geen fraai beeld geeft. Je kan de Aucuba japonica ‘Variëgata’ het gehele jaar snoeien als het niet vriest.

Populaire soorten
Aucuba japonica ‘Rozannie’
Aucuba japonica ‘Variegata’

Mooie combinaties met de Aucuba zijn
• Varen
• Epimedium
• Tanacetum

Vermeerderen
De Aucuba laat zich prima vermeerderen middels afleggen.

Latijnse naam: AucubaStandplaats licht: Zon/Halfschaduw/schaduw
Nederlandse naam: BroodboomStandplaats vocht: Geen voorkeur
Plantgroep: Heester/struikGrondsoort: Geen voorkeur
Bloemkleur: WitWintergroen: Ja
Bloei: JuliWinterhard: Ja
Planthoogte: 300cmAantal per M²: 1
Heesters

Arctostaphylos (Beredruif)

Arctostaphylos of Berendruif is een zwaar ondergewaardeerd heestertje. De oorzaak hiervan is denk ik dat maar weinig mensen deze kleine wintergroene heester kennen. Aan de bloemen zal het niet liggen. In het voorjaar geeft de plant schitterende klokvormige witroze bloemetjes en bovendien in het najaar rode bessen. Ook is de Arctostaphylos een makkelijke plant die het vrijwel altijd goed doet en bijzonder geschikt is als bodembedekkende plant. Aan de korte kruipende stengeltjes groeien stompe donkergroene leerachtige blaadjes.

Bijzonderheden
De Arctostaphylos geeft in de herfst rode bessen. Deze rode bessen zijn niet giftig. Voor mensen zijn de bessen te zuur van smaak maar vogels en beren vinden ze verrukkelijk. Vandaar ook de naam Berendruif

Populaire soorten
• Arctostaphylos uva-ursi ‘Vancouver Jade’
• Arctostaphylos media ‘Wood’s Red’

Vermeerderen
Arctostaphylos of Berendruif laat zich vrij makkelijk vermeerderen door o.a. afleggen.

Combineren met
• Erica Carnea (Winterheide)
• Vaccinum
• Varen

Latijnse naam: Arctostaphylos Standplaats licht: Zon/Halfschaduw
Nederlandse naam: BeredruifStandplaats vocht: Normaal
Plantgroep: Heester/struikGrondsoort: Normaal tot zuur
Bloemkleur: Wit/rozeWintergroen: Ja
Bloei: Maart, april, meiWinterhard: Ja
Planthoogte: 15cmAantal per M²: 8 tot 11
Heesters

Aesculus parviflora (Herfstpaardenkastanje of Struikkastanje)

De Aesculus parviflora wordt in Nederland en België meestal Herfstpaardenkastanje genoemd maar ook de naam Struikkastanje hoor ik regelmatig voorbij komen. Struikkastanje is misschien wel een betere benaming dan Herfstpaardenkastanje. Deze bladverliezende heester lijkt namelijk erg op de boom Aesculus hippocastanum. De naam Herfstpaardenkastanje is ook wel van toepassing daar het blad van de Aesculus parviflora schitterende herfstkleuren heeft. Ook de witte staande bloem die in juli/augustus bloeit lijkt sterk op die van de Aesculus hippocastanum. Kenmerkend aan de bloemen zijn de ranke, open bloempluimen met lange uitstekende rozige meeldraden. De Aesculus parviflora is een heester die maximaal 300cm hoog zal worden en zeer breed uit kan groeien. Een ruime plaats in de border is dus een vereiste.

Vruchten
Vanaf medio augustus hangen er bruingele, licht behaarde, vruchten aan de lange bloemstengels. Meestal zullen zich twee tot vier vruchten aan een bloemstengel vormen die door het gewicht van de vruchten dan ook naar beneden zal hangen.
 
Standplaats
De Aesculus parviflora is een winterharde heester die het goed doet op een beschutte plaats in de tuin. De grond dient eerder iets vochtig dan te droog te zijn. Een plaats in de zon of halfschaduw zal de Aesculus parviflora zeer waarderen.

Vermeerderen
Je kan de Aesculus parviflora makkelijk vermeerderen middels afleggen.

Combineren met
• Miscanthus
• Vinca
• Waldsteinia (Goudaardbei)

Latijnse naam: Aesculus parviflora Standplaats licht: Zon/Halfschaduw
Nederlandse naam :Herfstpaardenkastanje of StruikkastanjeStandplaats vocht: Normaal/vochtig
Plantgroep: Heester/struikGrondsoort: Humusrijk
Bloemkleur: WitWintergroen: Nee
Bloei:Juli/augustusWinterhard: Ja
Planthoogte: 300cmAantal per M²:0,5
Giftige - schadelijke planten

Primine

Primine is een stof die allergische reacties kan veroorzaken. Deze stof wordt voornamelijk in de Primula (Sleutelbloem) aangetroffen. Het is een stof waarvoor men heel snel overgevoelig kan worden. Het veroorzaakt of verergerd hoofdzakelijk eczeem. Eczeem kan je herkennen aan jeukende, rode uitslag met zwelling, bobbeltjes en blaasjes. Soms in combinatie met een nattende huid ook kan de huid korsterig en/of schilferig zijn. De eczeem ontstaat op plaatsen waar men contact heeft gehad met Primula’s. Meestal zullen dit de handen en bovenarmen zijn maar pas op je kan het met je handen gemakkelijk elders op het lichaam verspreiden.

Voorkomen
Om te voorkomen dat je in contact komt met primine is het noodzakelijk om alle Primula’s uit het huis te verwijderen. Over het algemeen zal je van de tuinprimula’s niet veel last hebben.

Ondanks dat Primine niet alleen in Primula’s voorkomt hoef je je geen zorgen te maken over andere planten. Het is bekend dat er ook in andere planten Primine voorkomt maar in deze planten komt primine in veel mindere mate voor waardoor contacteczeem niet zal optreden.
 
Verder komt Primine voor in de stekels van een zwarte zee-egel.

Giftige - schadelijke planten

Fototoxiteit

Flinke irritatie na aanraking
met Berenklauw

Er zijn een aantal planten die bekend staan omdat ze fototoxische stoffen bevatten. Een eigenschap van fototoxische stoffen is dat deze onder invloed van licht (zonlicht) de huid kunnen aantasten. Het kan een rode huid, jeuk en schilvering veroorzaken. Maar het gebeurd niet zelden dat er brandwonden ontstaan. De oorzaak is de reactie door de absorptie van vooral UVA-straling die ook als het onbewolkt weer is aanwezig is. Op dat moment komen reactieven zuurstoffen vrij die de huidirritatie veroorzaken. Deze reactie kan zelfs enkele uren na aanraking met de plant optreden. Zelfs als je dunne kleding draagt kunnen de UVA-stralen doordringen.

Persoonlijk ben ik tijdens mijn werkzaamheden in de tuin met een korte broek aan door de reuzenberenklauw heen gelopen. Grote blaren die lijken op een tweede graads verbranding waren het gevolg. Ik word door de weliswaar kleine littekens op mijn benen nog altijd aan dit avontuur herinnerd.

De reuzenberenklauw is wel één van de bekendste planten die fototoxische stoffen bevat. Iedere zomer hoor je wel een nieuwsbericht dat vooral kinderen met de grote bladeren van deze plant hebben gespeeld en bij thuiskomst zeer ernstige verwondingen optreden. Maar niet alleen de reuzenberenklauw bevat fototoxische stoffen, onderstaand de planten die mij bekend zijn:

Dictamnus albus (Vuurwerkplant)
Ricinus communis (Wonderboom)
Ruta graveolens (Wijnruit)
Angelica archangelica (Grote engelwortel)
Achillea millefolium (Duizendblad)
Persicaria, voorheen Polygonum (Duizendknoop)
Lantana camara 
Rhus (Fluweelboom)
Cotinus coggygria (Pruikenboom)

Giftige - schadelijke planten

Giftige planten

Voordat we een tuin aanleggen of als we een nieuwe woning intrekken is het handig, zeker indien er kinderen en/of huisdieren aanwezig zijn, te kijken welke planten er giftig zijn voor mens en/of dier. Hoewel er zeer veel planten zijn die giftig zijn voor mens en dier kan je je afvragen of we al deze planten moeten mijden uit de tuin. Er staan planten bij zoals de Thuja die zeer giftig is maar toch veelvuldig wordt gebruikt zowel als haag en als solitair. Toch hoor je niet tot nauwelijks van incidenten met giftige planten in de tuin. Wel is er zo nu en dan een nieuwsbericht dat ontsnapt vee van giftige planten heeft gegeten en ziek is geworden of zelfs dood is gegaan. Ik ben dan ook van mening dat je vooral moet opletten met de aanplant van giftige planten als deze aantrekkelijk zijn voor kinderen. Bijvoorbeeld de Taxus die met zijn rode bessen een grote aantrekkingskracht op kinderen uitoefend. Of bloeiende giftige planten zoals de Digitalis die ook nog eens niet zo hoog wordt en zo gemakkelijk door kinderen kan worden geplukt. Natuurlijk kan je zelf het beste beoordelen welke planten je wel of niet aandurft. Je bent gewaarschuwd!

Wat te doen bij vergiftiging?
• Blijf kalm.
• Indien er sprake is van braken vang dit op en neem het mee naar onderstaande hulpdiensten.
• Verwijder resten van de plant uit de mond.
• Laat het slachtoffer veel water (nooit zout water!) drinken en vervolgens braken. Dit doe je door de huig te prikkelen (het beste kun je dit doen met de vinger omwikkeld met zuiver linnen).
• Bel onmiddellijk gespecialiseerde hulpdiensten zoals huisarts, ziekenhuis of Antigifcentrum te België tel. 0032-(0)70-245245 (gratis nummer) 24 uur per dag bereikbaar.
• Identificeer de plant. Indien je niet weet om welke plant het gaat neem dan een deel van de plant mee.
• Noteer het tijdstip van de gebeurtenis.
• Houd het slachtoffer scherp in de gaten (hartslag, ademhaling en bewustzijn).

Zeer giftige planten
Delphinium (Ridderspoor of Bastaardridderspoor): Gehele plant zeer giftig vooral zaden en blad.

Hyoscyamus Niger (Bilzekruid): Gehele plant zeer giftig.

Datura stramonium (Doornappel): Gehele plant zeer giftig, vooral de zaden.

Arum maculatum (Gevlekte aronskelk): Gehele plant zeer giftig. Slechts enkele bessen kunnen voor een kind dodelijk zijn.

Conium maculatum (Gevlekte scheerling): Gehele plant zeer giftig.

Laburnum (Gouden regen): Gehele plant zeer giftig. Slechts 8 rijpe zaden kunnen dodelijk zijn.

Colchicum autumnale (Herfsttijloos): Gehele plant zeer giftig.

Phytolacca americana (Karmozijnbes): Gehele plant zeer giftig, vooral de onrijpe bessen.

Convallaria majus (Lelietje der Dale): Gehele plant zeer giftig.
Aconitum (Monnikskap): Gehele plant zeer giftig vooral de knollen.

Daphne mezereum (Peperboompje): Gehele plant zeer giftig, vooral de bessen.

Papaver (Slaapbol/blauwmaanzaad): Plant is met uitzondering van de bladen zeer giftig.

Taxus (Venijnboom): Gehele plant zeer giftig met uitzondering van de zadenmantel.

Thuja (Levensboom): Gehele plant zeer giftig.

Digitalis purpurea (Vingerhoedskruid): Gehele plant zeer giftig.

Cicuta virosa (Waterscheerling): Gehele plant zeer giftig.

Atropa belladonna (Wolfkers): Gehele plant zeer giftig, zeker de bessen.

Ricinus communis (Wonderboom): Gehele plant zeer giftig, zeker de zaden.
Juniperus sabina (Zevenboom): Gehele plant zeer giftig.

Bomen

Acer platanoides ‘Globosum’ (Kogelesdoorn of Bolesdoorn)

De Acer platanoides ‘Globosum’ die zowel Kogelesdoorn als Bolesdoorn genoemd wordt is een ideale vormboom. Waar je de meeste bolvormen met regelmaat moet snoeien om een mooie bolvorm te verkrijgen of behouden is dit bij de Bolesdoorn absoluut niet nodig. De Bolesdoorn groeit van nature met een bolvormige kroon. Je zou dus zeggen dat de Acer platanoides ‘Globosum’ de meest aangeplante bolboom van Nederland en België zou zijn maar dit is vreemd genoeg niet het geval, of zou het de hogere prijsklasse zijn. De Robinia en Catalpa worden veel vaker aangetroffen terwijl hier de snoeischaar ieder jaar flink moet worden ingezet. Voor wie op zoek is naar een boom met bolvormige kruin op stam en niet veel kaas heeft gegeten van het snoeien is deze boom een absolute aanrader.

Wie de Acer platanoides ‘Globosum’ wel veel gebruikt zijn de gemeente. Met grote regelmaat zie je de Bolesdoorn aangeplant in parken, straten en pleinen. Niet gek als je bedenkt dat snoeien een zeer grote kostenpost is. De wat hogere investering zal al gauw terugverdient worden. De Acer platanoides ‘Globosum’ heeft een zeer dicht bladerdek met het o zo kenmerkende handvormige blad van een Acer en loopt met een lichte bruinrode kleur uit. Naarmate het seizoen vordert kleurt het blad naar diepgroen om er in de herfst weer vanaf te vallen. Wie een blad van de Acer platanoides ‘Globosum’ afbreekt zal zien dat er uit de wond wit melksap komt.

Let bij de aanschaf van de Bolesdoorn wel goed op waar de kroon van de boom begint. Ondanks dat de hoogte tot wel 5 à 6 meter hoog kan zijn ben ik regelmatig Bolesdoorns tegengekomen waar de kroon van de boom op slechts 175 à 200 cm begint wat natuurlijk niet handig is als je onder de boom door moet lopen. De Bolesdoorn prefereert een standplaats met rondom veel licht en ruimte om de flinke bol te ontwikkelen en groeit het liefst op een luchtige humusrijke grond.

Snoeien
De snoeischaar mag je wat mij betreft bij de Acer platanoides ‘Globosum’ wel in de kast laten liggen. Snoeien is niet alleen niet nodig de Bolesdoorn zal er ook niet mooier en beter op worden. Alleen als je de hoogte waarop de kroon begint wilt verhogen kan je overwegen om te gaan snoeien. De beste manier is dan om de onderste takken van de Bolesdoorn tot aan de stam weg te zagen.

Coniferen

Cupressus sempervirens (Italiaanse cypres)

De Cupressus sempervirens die beter bekend is als Italiaanse cypres wordt meer en meer aangeplant in de Nederlandse en Belgische tuinen. Best grappig als je bedenkt dat voor een tiental jaren geleden dit sterk afgeraden werd daar de Italiaanse cypres niet volledig winterhard is. Niet dat deze statige conifeer bij de eerste nachtvorst er de brui aan zal geven maar bij temperaturen lager dan -15°C wordt het toch oppassen. Misschien een klein voordeeltje van de klimaatverandering dat we van dit soort planten tegenwoordig in eigen tuin kunnen genieten. De Cypres heeft een aparte zeer smal opgaande groeiwijze waar de tuinarchitecten gretig gebruik van maken. Cupressus sempervirens wordt aangeplant als een blikvanger in een vak bodembedekkers of in een groep met verschillende hoogten bij elkaar.

De Cupressus sempervirens kan je eigenlijk niet vergelijken met een loof of naaldboom, het kleine blad van de Cypres is donkergroen en ligt zo dicht tegen de takken dat je alleen het driehoekige schubvormige blad te zien krijgt. Doordat er alleen sprake is van een lengtegroei zonder zijtakken te maken blijft de Cypres zo extreem smal. Een Cupressus sempervirens kan een hoogte bereiken van maar liefst 30 meter al zou dat in Nederland en Vlamingen niet snel gebeuren daar de Cypres in ons klimaat bijzonder langzaam groeit. De mannelijke kegels van de Cypres zijn slechts 3mm lang, groen van kleur en hebben de vorm van een ei. De vrouwelijke kegels zijn eveneens groen van kleur maar bolvormig en met een afmeting van 3 à 4cm een stuk groter.

Snoeien
De cypres vraagt maar om weinig onderhoud. Eigenlijk snoei je de conifeer in het najaar liefst ver voor de vorst met een snoeischaar licht bij. Belangrijker nog zijn de kegels die de conifeer in het najaar zet. Deze kegels maken zaad aan wat erg veel kracht kost en ten koste gaat van de groei van de Cypres. Het beste is dan ook deze kegels er zo snel mogelijk af te halen door ze met duim en wijsvinger van de takken te draaien.

Combineren met
Olea europea
Lavandula (Lavendel)
Vijgen
Laurus nobilis (Echte laurier)

Bomen

Betula (Berk)

De Betula die bij iedereen wel bekend zal zijn als Berk komt van nature in Nederland en België voor. Berken groeien gemakkelijk op vrijwel alle grondsoorten en zie je dan ook veel op de heidevelden, in moerasgebieden en bossen. De Betula ontkiemt gemakkelijk op de meest onmogelijke plaatsen. Zo heb ik ooit een berkenboompje in een paardentrailer zien groeien, in de dakgoot en zelfs in een silo die niet meer gebruikt werd. In de silo zat nog wat witzand waar de Berkenboom in groeide. Kortom een Berk is een makkelijke boom. Berken hebben een heel kenmerkende wit met zwarte stam die sommige zo mooi vinden dat ze de stam van de boom ieder jaar weer wassen! In Laren (NH) weet ik een tuin waar de tuinman ieder jaar met een emmer en spons de groene algen aanslag van de bast afboent, het moet niet gekker worden.

De Berk die je in het wild tegenkomt is de Betula pendula. Tenminste zo wordt de kruising tussen twee verschillende Berken genoemd. Het gaat hier om de Betula pubescens (Zachte Berk) en de Betula verrucosa (Ruwe Berk). Omdat de verschillen tussen beide nihil zijn wordt er tegen alle Betula pendula gezegd.

Troep maker
De Betula wordt niet altijd als een ideale boom ervaren. De Berken ruien het gehele jaar door de lange dunne twijgen, verspreiden erg veel pollen wat een ramp is voor wie hooikoorts heeft, Laten de uitgebloeide katjesachtige bloemen massaal vallen en verliezen hun kleine lastig op te ruimen blaadjes in het najaar. Kortom wie een Berk in de tuin heeft is eigenlijk altijd aan het opruimen. Nog een nadeel is de grote hoeveelheid water die de Berk nodig heeft. Berken nemen zo veel vocht uit de grond dat het vaak lastig is om heesters of vaste planten onder te planten. Een goede keuze is de Aucuba die het vrijwel altijd doet.

Snoeien
Als je besluit een Berkenboom te snoeien dien je goed op te letten dat je dit in de juiste periode van het jaar doet. Snoei de Berken het liefst als het blad er net vanaf gevallen is in de herfst. Berken hebben een zeer sterke sapstroom waardoor de Berk makkelijk kan gaan ‘bloeden’. Indien een Berk eenmaal bloed is dit niet meer te stoppen en zal deze in het ergste geval dood kunnen bloeden. Vroeger dronk men wel “Berkenwater”? wat best een aardige smaak heeft. Men knipte dan in het voorjaar een vingerdikke tak van een Berk en hing een emmer onder de snoeiwond. Wij hebben dit vroeger op school eens gedaan. Wie niet tot nauwelijks kennis van snoeien heeft doet er goed aan een ervaren boomverzorger bij te halen. Het snoeien van bomen vindt doorgaans op grote hoogte plaats en dient te gebeuren met een kettingzaag. Al met al een gevaarlijke klus die maar al te vaak onderschat wordt met de meest ernstige ongelukken tot gevolg. Indien je toch gaat snoeien pas dan een soort verjongingsnoei toe. Ik bedoel daarmee dat je takken in zijn geheel uit de kroon moet wegnemen. Op deze manier breng je weer licht in de kroon van de boom zonder de habitat aan te tasten.

Betula_0004

Heksenbezem
Zeer kenmerkend voor de Berkenbomen is de Heksenbezem. Een heksenbezem is een verzameling van kleine takjes in de vorm van een bezem. Heksenbezem wordt veroorzaakt door een schimmelinfectie (Taphrina betulina) die zich verspreid via het capillair systeem van de Berk. Soms zijn er maar een paar heksenbezems te vinden maar er zijn Berken bij waar honderden heksenbezems in zitten. Vaak denkt men dat er een heleboel vogelnesten in de Berk gemaakt zijn. Overigens hoef je je geen zorgen te maken over de schimmelinfectie de Berk kan er oud mee worden.

Betula_0005

Schimmels
Wat wel van invloed is op de leeftijd van de Berk is de Berkenzwam (Piptoporus betulinus). Berkenzwam is een elfenbankje achtige schimmel die je uitsluitend op Berken tegenkomt. Het meest getroffen zijn Berken die op natte of schaduwrijke plaatsen groeien. Het vreemde van de Berkenzwam is dat deze zich vrijwel niets aantrekt van het jaargetijde. De Berkenzwam kom je het jaar rond tegen op de bast van de Berk. Indien de Berkenzwam verkleurd van bruin naar wit betekend het dat de zwam aan het doodgaan is.

Betula_0006

Niet alle schimmels verkorten de levensduur van de Berk. Er zijn erbij waar de Berk juist niet zonder kan. We noemen dit leven in symbiose, wat betekend dat de één niet zonder de ander kan en andersom. Een goed voorbeeld van een schimmel die in Symbiose leeft met de Berk is de Vliegenzwam.

Diverse soorten

Betula_0007

Betula nana (Dwergberk): Zoals de naam Dwergberk al doet vermoeden is dit de kleinste Berk die er te verkrijgen is. Dit strukje zal een hoogte bereiken tot maximaal 75cm. De Dwergberk heeft kruipende en opgaande takken

Betula_0008

Betula nigra (Zwarte Berk): De zwarte Berk kan een hoogte bereiken van ongeveer 15 meter en heeft dan een doorsnede van 6 meter.

Betula_0009

Betula papyrifera (Papier berk): De Papierberk wordt een stuk minder breed dan voorgaande maar zal wel een stuk hoger worden. Een Papierberk met een hoogte van 20 meter is geen uitzondering.

Betula_0010

Betula pendula (Gewone Berk): De gewone Berk zal niet veel hoger worden dan 15 meter.

Betula_0011

Betula pendula ‘Tristis’ (Treurberk): De treurberk wordt voornamelijk als solitair aangeplant en zal een hoogte bereiken van ongeveer 17 tot 20 meter. De boom heeft lange afhangende takken en is in de wintermaanden misschien nog wel mooier dan als het blad aan de boom groeit. Op de foto een treurberk op stam.

  • Combineren met
  • Erica (Winterheide)
  • Calluna
  • Coniferen
Bomen

Carpinus betulus (haagbeuk)

De Carpinus betulus die beter bekend staat als haagbeuk is in te zetten als boom maar, zoals de naam al doet vermoeden ook als haag. Er is heel veel verwarring over de haagbeuk of liever gezegd tussen een haagbeuk en een beukenhaag. Vele denken dat er geen verschil is tussen beide of kunnen ze niet uit elkaar halen. Als je voor eens en voor altijd duidelijk wilt hebben of en wat de verschillen zijn tussen een beukenhaag en een haagbeuk lees dat het artikel haagbeuk of beukenhaag.

Carpinus betulus als haag
Als je een haag wilt maken van Haagbeuk dan kan je daar het beste de Carpinus betulus ‘Fastigiata’ voor gebruiken. De ‘Fastigiata’ zal aan de onderkant meer vertakt zijn dan andere Haagbeuk soorten waardoor je een mooie dichte haag zal krijgen. Door het steeds weer verwijderen van de toppen van de Haagbeuken zal je de breedtegroei stimuleren en een mooie haag krijgen. In tegenstelling tot de meeste planten die geschikt zijn voor de aanplant als haag plant je indien je snel een mooie dichte haag wilt een dubbele rij aan. Als je zeker niet te veel geld wilt uitgeven aan de nieuwe haag is het verstandig deze aan te planten in het najaar of in de winter als het niet vriest. Op dat moment worden de haagbeuken aangeboden met een kale wortel of ‘naakte wortel’ wat ze in de handel bosplantsoen noemen. Indien je geen geduld hebt en perse wilt planten in het voorjaar of zomer dan ontkom je er niet aan om containerplanten te kopen die vele malen duurder zijn.

Een haag van haagbeuk aanplanten
Voordat je daadwerkelijk de haag gaat aanplanten ga je naar een goede boomkwekerij waar je de haagbeuk uitzoekt. Er zijn vele maten te verkrijgen wat meestal aangegeven wordt als 40/60, 60/80, 80/100, 100/125, 125/150, 150/175 en 200cm ‘op’. Kies je voor de maat 40/60 dan heb je een Haagbeuk die tussen de 40 en de 60 cm hoog is. De rest spreekt vanzelf behalve als er bijvoorbeeld 200cm ‘op’ vermeld staat. Dit betekend niet dat de plant uitverkocht is maar dat de plant hoger is dan 200cm. Na het uitzoeken zal de boomkweker de planten rooien en in het geval van een naakte wortel de planten in bosjes van 15 tot 25 stuks inpakken in een plastic zak. Dit is om te voorkomen dat de wortels van de Haagbeuk uitdrogen. Zeker als de planten vervoerd worden met een open aanhangwagen is dit geen overbodige luxe. Sterker nog ik zal planten die na het rooien niet direct ingepakt worden simpelweg niet accepteren. Vraag aan de boomkweker of je wat grond waar de beuken ingestaan hebben mee mag nemen. Koop dit desnoods! Het geld voor alle planten dat deze makkelijker aan zullen slaan op de grondsoort die ze gewent zijn. Afhankelijk van de maat die aangeschaft is kan je een geul gaan graven. In de meeste gevallen volstaat een geul van 40cm diep en 50cm breed. Onder in de geul doe je een laagje nieuwe humusrijke grond of beter nog de grond die je hebt meegenomen bij de boomkweker. De hoeveelheid beuken per strekkende meter is afhankelijk van de maat en of je een enkele rij of een dubbele rij Haagbeuken aanplant. In de meeste gevallen wordt een dubbele rij beuken aangeplant daar je dan een veel mooiere haag zal krijgen. Om een indicatie te geven van de hoeveelheid Haagbeuken die nodig zijn onderstaand een overzicht waarin ik ervanuitgegaan ben dat je een dubbele rij aanplant.
 
Haagbeuk maat 40/60cm: 12 tot 15 stuks per strekkende meter
Haagbeuk maat 60/80cm: 9 tot 12 stuks per strekkende meter
Haagbeuk maat 80/100cm: 8 tot 10 stuks per strekkende meter
Haagbeuk groter dan 100 cm ongeveer 8 stuks per strekkende meter

Leg na het graven van de geul alle Haagbeuken in de geul. Op deze manier weet je of je goed uitkomt met het aantal aangeschafte beuken. Nu is het makkelijk als je met zijn tweeën bent waar de één de beuken netjes rechtop houd en de ander de geul aanvult met aarde. Zorg ervoor dat er rechtstreeks op de wortels de meegenomen aarde komt de rest kan je aanvullen met de aarde die uit de geul komt. Plant de Haagbeuken iets dieper dan deze op de boomkwekerij hebben gestaan maar let op stamp de aarde nog niet aan! Je kan makkelijk zien aan het kleurverschil op de stammetjes hoe diep de Haagbeuk op de kwekerij gestaan heeft. Pas als de gehele geul aangevuld is met aarde pak je het stammetje van de Haagbeuk vast en trekt deze met een korte ruk iets omhoog zodat deze exact op dezelfde hoogte staat als deze op de kwekerij gestaan heeft. Op deze manier zorg je dat de aarde goed tussen de wortels komt. Pas als je alle Haagbeuken omhoog getrokken hebt druk je de aarde stevig aan met je voeten. Let er op dat je niet gaat stampen!

Snoeien
Wat een heel belangrijk verschil is tussen de haagbeuk en de beukenhaag is dat de haagbeuk pas voor de eerste maal getopt wordt als de plant de gewenste hoogte bereikt heeft. Wil je een haag van 200cm hoog en je hebt planten van 175 cm gekocht wacht je dus tot de haag een hoogte van meer dan 200cm heeft vooraleer je voor de eerste keer de schaar er in zet. In de breedte mag je wel direct na aanplanten snoeien. Als de haag de gewenste hoogte gehaald heeft snoei je de Haagbeuk met een heggenschaar zo rond de langste dag van het jaar (rond 21 juni). Als je dit eerder zal doe dan heb je kans dat je de haag twee keer moet snoeien. Kies voor deze klus wel een dag uit dat het bewolkt is om verbranding te voorkomen.